door de maag

Toen half Nederland uitsteekvormpjes van de groot grutter spaarde, ruilde, weggaf, of verkocht deed ik ook mee aan de hype, voor de lol.
Van zoete zandkoekjesdeeg bakte ik ManB en mezelf (je mag raden wie van ons de dikste is)
2018-11-2- door de maag-B&A

Het was zo onverzadigbaar dat we alles in een keer op moesten eten voor we iets voelden en dat gaf toch geen bevrediging.

Dus maakte ik voedzamere amandelkoekjes met kokosmeel en dadels, zo ongeveer vergelijkbaar met een snee brood van de echte klassieke bakker. Genoeg voor een hele week, dat is pas leuk werk!
2018-11-2- door de maag-amandelkoekjes

Voor ManB maakte ik liefdesbonbons, want liefde en de maag gaan samen.
2018-11-2- door de maag-chocoladehartjes

Maar uiteindelijk draait het toch altijd weer op hetzelfde uit,
2018-11-2- door de maag-dadelsvijgen

mijn beroemde dadel-vijgen-kokos lekkernij.
2018-11-2- door de maag-dadelsvijgenkokos

Advertenties
Geplaatst in Eten, Uncategorized | Tags: , , , , | 5 reacties

Soort bij soort

Amsterdam, 1 oktober 1990

De sfeer is al de hele tijd om te snijden maar we zeggen allebei niets.
Als hij de snelweg afdraait richting Diemen legt Otieno zijn hand op mijn been.
Wat zou hij willen?
Na een jaar mij de liefde verklaren?
Ik krijg het een beetje benauwd. Alsjeblieft dat niet!
“Ik moet je wat zeggen, Appeltje.”
Daar komt het al.
Ik kijk recht voor me uit om me te wapenen, want een liefdesverklaring wil ik niet.
Hij knijpt wat in mijn been en zucht: “Ik heb een ander.”
Wat?
Wij hadden toch niets vast, hij mag een ander hebben!
Vorige week nodigde hij me zo expliciet uit voor kerst omdat hij nu een dagje extra vrij heeft, dat betekent voor ons een dagje extra sex. Zei hij toen.
Maar nu dan?
“Die ander” was er een week geleden toch ook al?
Hij had het toch door de telefoon kunnen zeggen zodat hij me niet in deze moeilijke situatie hoefde te sleuren.
Het was zijn keuze maar ik begrijp niet waarom.
Mijn gedachten schieten alle kanten op maar ik stel geen vragen.
Hij vertelt verder: “Zij wil dat ik met kerst bij haar kom.”
“Dan ga je toch?” zeg ik rustig. Niet boos worden, niks zeggen. Eerst maar eens zien wat hij verder te vertellen heeft, en hoe hij dit zelf gaat oplossen.
Ik help hem niet.
Meelevend antwoordt hij: “Maar dan zit jij zo alleen.”
“Ja.”
“Kun je ook begrijpen dat het voor mij heel moeilijk is.”
“Ja”, zeg ik met ingehouden spot want ik begrijp al dit gedoe helemaal niet. We waren vrijblijvend bij elkaar, omdat we allebei geen geliefde hadden, en geen relatie wilden maar wel wat geneugten. Hij vond mij ook geen goede partij voor een relatie vanwege mijn handicap, daardoor zagen anderen hem niet voor een sexueel volwaardig persoon aan, meende hij.
Het was zo eenvoudig geweest als hij door de telefoon had verteld dat iemand anders hem wilde.
Ik ben beslist niet van plan hem een handreiking te doen.

Hij zwijgt verder.
Zijn hand ligt ondertussen niet meer op mijn been.
Ik ben druk met mijn eigen gedachtes en om rustig te blijven.
Het liefst wil ik dat hij omkeert en me thuis brengt maar ik besef wel dat dat gezien zijn lange werkdag, en de 200 km die hij net gereden heeft, niet meer verantwoord is.

In zijn huis heeft hij allemaal lekkernijen staan. Hij neemt me in zijn armen, “welkom, Appeltje, we maken er samen een fijne week van.”
Hij is zo lief, bijzonder lief zelfs maar het doet me niets.
Dan pakt hij een grote doos, zet hem op tafel bij de bank, “voor jou”.
Met tegenzin trek ik de doos open. Ik wil geen cadeautjes meer van hem.
Ik wil naar huis.
Er zit een video recorder in, en een stapel nieuwe video banden.
Ik weet niets te zeggen. In een andere situatie zou ik er blij mee geweest zijn, maar nu schaam ik me.
Hij koopt zich vrij.
“Maar Otieno…” begin ik te stamelen om ondertussen naar de juiste woorden te zoeken want hem bedanken kan ik niet.
Dan gaat de telefoon, en ik blijf met het pak videobanden in mijn handen zitten.
Het is Diara, zijn ‘andere’, haar naam betekent zelfs ‘Geschenk’ heeft hij me in de auto verteld. Zijn geschenk.
Ze maken ruzie door de telefoon in hun eigen taal die ik niet versta maar wel begrijp.
Met een cryptogrammenboekje trek ik me terug op de wc, ik wil het niet horen, het is hun probleem, en ik wil naar huis!
Na zeker een half uur roept Otieno me.
Hij begint een heel verhaal over de ellende met haar: “Ik moet naar haar toe anders krijg ik problemen.”
Volgens mij had hij die al.
Ik hou hem niet tegen, zeg niets.
Hij gaat.
Ik kijk naar de videorecorder naast de doos.

Na twee uur in die afschuwelijke daalwijkflat in de bijlmer voel ik me zo ellendig dat ik iemand moet spreken.
Maar ja, wie.
Als ik nou maar iemand kende die me kon halen, maar mijn hele wereld is zo ontzettend klein. Het bestaat vooral uit mijn flatje in Zwolle en een enkele buurman op een oude fiets.
Uiteindelijk bel ik Mathua op, de gehandicapte vriend van Otieno, wat kan mij het schelen.
Mathua is verrast. Zijn mooie stem maakt me blij.
De paar keer dat ik hem heb ontmoet ervoer ik een aangename prikkel en hoopte op een kans om met hem liefde te maken, want dat zou het zijn, liefde.
Mathua praat honderduit over zijn leven in Tanzania, en ik wil alles horen, alles weten wat hij vertelt.
Kon ik maar naar hem toe. Kon ik hier maar weg.
“Praat maar, praat alsjeblieft de hele nacht door”, schreeuwt m’n lichaam. Wat verlang ik naar hem.
“Mathua,” val ik hem in de reden, “kan ik bij je komen en blijven tot morgenvroeg? Ik hoef niet te slapen.”
“Kom maar”, zegt hij zo warm dat de hoorn bijna uit m’n hand valt, “ik betaal de taxi.”
Ik pak mijn tas, kijk de kamer even rond of ik niets vergeten ben want wie wat vergeet komt graag terug.
De videorecorder laat ik staan voor Otieno, heeft hij een mooi kerstcadeau voor Diara.
“Welkom, Appeltje, we maken er samen een fijne week van”, hoor ik hem nog zeggen.
En reken maar dat ik dat ga doen, met die gehandicapte vriend van je, ondanks jullie culturele regels dat je dat niet doet.
Soort bij soort.
Zacht trek ik de deur achter me dicht.

Geplaatst in Affaires of wat daar voor door kan | Tags: | 6 reacties

Calisthenics in Kardinge

Ik doe het al járen, dat calisthenicsen (oude sport als nieuwe uitvinding gebracht)

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 3 reacties

Hé gekkie

– Uit de oude doos, ca 20 jaar geleden geschreven.

Al twee weken had ik hem niet gezien.
Meneer Spastiek.
Ik begon me wat ongerust te maken.
Het was altijd zo fijn even dat praatje met hem. Zijn stralende ogen en brede lach.
Zijn kromme handen die dankbaar de post in ontvangst namen.
Mijn hand die dan quasi onschuldig de zijne raakten.
“Dank je wel, Appeltje”, zei hij dan altijd.
Ook als ik de deur voor hem openhield, of hem ruim baan gaf voor doorgang bedankte hij me
altijd.
Maar vanmorgen toen ik op bezoek ging bij mevrouw Klaagzang zag ik hem
weer.

We gaan samen de lift in, hij in zijn e-rolstoel, ik op de loopfiets.
Via de spiegel kijk ik hem aan.
Ik schrik.
Zijn haren zijn lang, ongewassen en ongekamd.
De glazen van zijn bril zijn zo grijs van het vet en stof, dat ik zeker weet dat hij de wereld niet meer wil zien.
Zijn mond ziet er triest uit.
“Naar welke etage ga je?” vraagt hij me.
“Naar vier.”
“Ha, mevrouw Klaagzang dus?”
Het lijkt of iedereen de 4e etage met mevrouw Klaagzang associeert.
“Ik moet naar twee”, vervolgt hij.
Ik weet al jaren dat hij naar de tweede etage gaat.
Het duurt even voordat we op gang zijn, maar dan zijn we weer als vanouds vertrouwd met elkaar.
Zijn stem klinkt mat. Hij is veranderd, wat zou er gebeurd zijn de afgelopen twee weken?
Kon ik nu maar met hem mee, denk ik.
En ik neem me voor mevrouw Klaagzang na een half uurtje te verlaten en meneer Spastiek te
bezoeken.

Mevrouw Klaagzang praat honderduit.
De kanariepiet is een beetje onwel geworden.
Die en die zijn dood. En die en die hebben kanker, of een beroerte. Mevrouw X is opgenomen in verpleeghuis.
Haar dochter laat maar niets van zich horen.
En de kleinzoon heeft hele slechte cijfers voor zijn rapport…
Het zijn niet meer dan gespreksonderwerpen, ze kletst maar wat voor zich uit. Ik ben nooit bij machte zinnige vragen te stellen om verdieping te geven.
Daar gaat mijn kostbare tijd.
Mijn gedachten dwalen de hele tijd af naar meneer Spastiek.
En als het verplichte uur om is zeg ik prompt dat ik moet gaan. Terwijl ik anders nooit op de klok kijk.

Meneer Spastiek slaapt in zijn rolstoel, en ik ga op de bank zitten tegenover hem. Straks wordt hij vanzelf wel wakker.
Dan is er die brede glimlach, en blijdschap in zijn stem: “hoi, gekkie”.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 4 reacties

Op de koffie

Uit de oude doos, bewerkt.

Ik was verrast toen hij zomaar voor de deur stond en vroeg: “heb je nog zo’n lekker kopje koffie voor me?”
Toch verbaasde het me niet dat hij nog terugkwam. De klusjesman.
Ik wist het zelfs zeker. Toen hij twee weken geleden de badkamer zo mooi betegeld had wist ik al: hij komt nog wel eens terug.
Nou, misschien was het geen weten, maar willen.
“Voor jou heb ik dat zeker,” wierp ik hem mijn liefste glimlach toe, hoewel ik mijn best deed ingetogen te zijn.
De mevrouw op 206, waar hij een douchekruk aan de wand moest monteren, was nog niet thuis en hij was te vroeg.
Was hij echt te vroeg? Had hij het er om gedaan?
De oploskoffie klonterde dit keer, maar ik schaamde er zelfs niet voor toen hij er heftig in bleef roeren.
“Zal ik het later op de dag goed maken?”
Bijna al te blij keek hij me aan zonder te antwoorden.
Zijn blik had me al geantwoord.
Mijn hoofd leek een kookboek waarin ik alle bladzijden doorbladerde en geen enkel geschikt recept vond.
Het randje koffie op zijn lip zou ik zo graag af willen likken. Niets anders, alleen maar dat likken langs zijn lippen.
Hij had stevige werkhanden. Handen die je voelt als ze je aanraken, handen waar mijn borsten ongetwijfeld in passen.
Ineens kwamen er allemaal gepaste recepten tevoorschijn.
Appeltaart zou ik maken, van rijstemeel, en rundvlees, bruine bonen en griesmeelpudding.
“Om 6 uur eet ik, als je wilt mag je mee eten.”
Hij stond op. Ik liep hem voor naar de deur, bleef staan zonder open te doen en keek hem aan. “Kom je?”
Waarom mijn ongeduld? Waarom toch vroeg ik om een antwoord? Stel dat hij nee zou zeggen?
Hij grinnikte, “doe maar open, want er wacht nog iemand op me.”
Dat was een beleefde afwijzing.
Had ik me nou echt zo vergist in zijn blik? Was ik te opdringerig geweest?
Of had hij zich bedacht.
Terug in de werkelijkheid.
Misschien had hij wel een vrouw, en misschien had hij zelfs al kinderen.
Ik moest hem laten gaan.
Liet hem strak voor me langs heen lopen, op zijn minst wilde ik hem ruiken.
En ruiken deed hij.
Naar knoflook.
Knoflook, zou ik dat ook in bonen doen?
Hij liep de gang in richting de trap.
Zijn overall plaagde me nog het meest in mijn hoofd. Zo’n overall met een rits die je van de onderkant en de bovenkant naar elkaar toe kunt trekken.
Ik heb zelf ook zoéén.
Wat zou het heerlijk zijn om met zijn rits te spelen.
Open en dicht, op en neer.
Rits, rits.
Net voordat hij de trap afging keek hij om en zei: “ik lust wel een biertje bij het eten”.
Ik kneep mijn ogen stijf dicht om de stroom opwinding binnen te houden.
Toen ik ze opendeed was hij weg.

Geplaatst in Affaires of wat daar voor door kan | Tags: , , , , | 8 reacties

Nooit meer eenzaam

Er zijn mensen die kletsen je oren vol, maar zeggen niets. En ik heb ook niemand iets te vertellen.
Daarom luister ik net zo lief naar deze vrouw, zo’n fijne stem.
Dat ik haar taal niet spreek doet er niets toe, de vertaalmachine vertelt me alles waar ze het over heeft, zonder dat ik iets onzinnigs hoef te antwoorden. En als ik geen zin meer in haar heb hoef ik alleen de klep van mijn laptop dicht te doen.
Nooit meer eenzaam, zou ik zo zeggen.
Luister maar eens op 1:50 minuut als je wilt weten wat ik bedoel.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | 2 reacties

Ontspannen

Soms stelt de dokter me vragen waar ik het antwoord op zou moeten weten. Maar ik kijk hem aan, stil, want ik ben gesloten.
Zijn vraag is een droom.
Mijn hoofd schudt de slaapschokjes ook overdag alle kanten op, dan voel je hoe sterk de slaap, en hoe zwak je hoofd is.
Geen werk lonkt nog naar mij. Zelfs mijn naam hoeft niet in het stof.
Ik mag vergeten.
Mijn blog is op sterven na dood, ik lees nog een enkeling zonder te reageren want mijn hoofd schudt alle informatie van zich af.
Ik sluit de klep.
Er heerst een grote ontspanning in mijn lijf en ik ga liggen;
alles is rustig, ik hoef niets, en nergens naar toe.
Ik ben oud, en heel erg moe.

2018-10-4-nergens naar toe

Geplaatst in Bekijks-foto's, Uncategorized | Tags: , , | 10 reacties