De ene na de andere fout

Tussen mijn 20e en ca 30e breide ik mijn eigen vesten, en soms een trui voor iemand anders. Lopen ging vanaf mijn 27e heel erg moeizaam. De gitaar hing met slappe snaren naast de spiegel in de standaard. En de conté potloden verdroogden.
Al breiend zei ik wel tegen mezelf: als ik niet meer kan breien hoeft het voor mij niet meer.
Dat had ik van tekenen, lopen en gitaarspelen ook al gezegd, maar het was me niet duidelijk wat dan niet meer hoefde.
Toch belandden de breipennen in de pennendoos, en jaren later verkocht ik alle tekenspullen, de gitaar en de resten wol.
Tot zover de inleiding.

2018.
Iemand haakte een wollen stola en muts voor me. En ik besloot er pols en enkelwarmers bij te maken. Af en toe had ik bij HteD ook van die dingen gebreid. Het viel me wat tegen want mijn handen, en vooral schouders, blijven het pijnlijk vinden.
Tot ik in aanraking kwam rondbreipennen, 2 kleine pennen met een kabeltje er tussen.
En dat is het!
Nauwelijks nog pijn in de schouders, je zit niet verkrampt met zo’n pen onder je arm. Niet dat ik nu eindeloos door kan breien. Een vest brei ik niet meer in 3 weken zoals destijds. De nodige pauzes en afwisselende bezigheden maakt het wel een stuk dragelijker.
Het geeft zo’n verrukkelijk gevoel om wol in je handen te houden, weten dat ik straks een wollen vest draagt zonder een beetje kunststof of kinderarbeid.

Maar nu het probleem.
Na 30 jaar niet gebreid te hebben maak ik de ene na de andere fout. Hele stukken heb ik al uit moeten halen, zoveel zelfs dat ik al wel 2 truien klaar had kunnen hebben!
En het lastige is ook om een patroon te vinden waar je het aantal steken kunt vinden die passen bij garen en pendikte. Hoe ik dat eerder deed herinner ik me niet meer.
Stekenverhoudingen … het zegt me echt allemaal niets meer.
Op de gok heb ik de armsgaten van het achterpand gemaakt. Hoe ik straks de mouwen daar straks passend voor moet breien weet ik niet. Net zoals de hals. Daar heb ik dan weer helemaal geen idee van, dus die heb ik opzij gelegd tot later. Nu ben ik met de voorpanden bezig. De rechter met de knoopsgaten, dubbele gerstekorrel in het midden, en een ingebreide zak.
De linker met een kabel in het midden.
Maar wat zie ik nu?
Jawel, een fout!
Het linker voorpand heeft 2 steken meer in het knopenboord, is dus breder dan het rechter waar de knoopsgaten in zitten.
Ook zit de ingebreide zak iets te hoog.
Allemaal slecht tel en meetwerk!
En nu?
Toch maar weer uithalen?

Dit bericht werd geplaatst in Zelfmaak mode en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

7 reacties op De ene na de andere fout

  1. bentenge zegt:

    Maar nee, (een beetje) verschil mag. Niet alles moet symmetrisch zijn.

  2. Gerrit zegt:

    Uithalen, uithuilen, en opnieuw beginnen Appelvrouw, vroeg of laat zie je in ene wat je nu fout doet, en misschien gaat het wel net zo als toen je het voor het eerst leerde he. Beide breiwerkjes zien er trouwens wel mooi uit. 🙂

  3. Appelvrouw zegt:

    – Bentenge,
    Het mag wel iets verschillend maar niet 2 steken 🙂

    – Gerrit,
    In ieder geval wel uithalen, uithuilen doe ik vooraf 🙂
    geen idee meer hoe het voelde toen ik net leerde breien, ik weet niet eens meer of ik het wel geleerd heb haha.
    Bedankt voor het compliment.

  4. Gerrit zegt:

    Hopelijk vlot het (weer) leren breien, want ik ben hoognodig aan een nieuwe vest toe. 🙂 Mocht het niet willen lukken, het schijnt dat er hele leuke cursussen, of workshops voor zijn.

  5. Appelvrouw zegt:

    Gerrit,
    Hahaha…
    Internet heeft ook wel filmpjes maar dat gaat over aardige steken, niet over hoe je een hals en mouwen maakt (in verhouding pendikte en draaddikte)

  6. Lucia zegt:

    Anna, Anna, dus je gaat het toch uithalen. Haal dan uit wat je het eerst hebt gebreid, want je laatste breisels zijn meer naar jouw hand. Maar hoezo moeten ze gelijk zijn? Je compenseert het verschil toch gewoon met de stand van de knopen? 2 steken, dat is amper een centimeter, schat ik.
    Voor de hals deel je je aantal steken in 3. Dat is waar je uit wil komen. Dan bepaal je met de centimeter hoe diep je hem wil en ga je tekenen. Als je er niet uitkomt pak je gewoon een stuk papier, tekent de hals en leg dat op het werk. En dan ga je tellen. Voor het voorpand houdt je die telling aan, maar begin je dieper en doe je het laatste stuk recht (omhoog dus).
    Voor de armsgaten bepaal je de hoogte in centimeters en daar stop je. Dan ga je een een centimeter of 5 naar binnen in een boog, dus langzaam minderend. En al gaande minder je om de zoveel naalden nog eens wat. Als je echt een raglan wil elke 4e naald, maar elke 4 centimeter kan ook. Het is mooi als je een beetje rond gaat, net als bij naaiwerk, dus je mindert in het begin vaker en op het eind, bij de schouder nauwelijks.
    Vervolgens kant je de laatste steken van de schouder niet recht af, maar in 3 of 4 keer, met de hals als het hoogste punt. Gewoon steken tellen en gelijk verdelen.
    Gulden regel: voor de breedte tel je de steken, voor de hoogte het aantal centimeters.
    De mouwen bewaar ik voor de volgende keer 🙂

  7. Appelvrouw zegt:

    Lucia, klinkt logisch. Kunnen we een brei middag of avond organiseren? Over n weekje ben ik met de voorpanden toe aan de armsgaten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s