Hoe kom ik ooit weer thuis?

Voor me fietst een vent van een jaar of 40 in een legergroene jas en in het achterwiel een flinke bochel. Hij zwalkt als een dronkaard.
Vroems zou er om gelachen hebben, vooral omdat je op het meedenpad flink moet trappen om over het fietsviaduct, over de ringweg, te komen.
Als ik de vent bijna heb ingehaald geeft hij een flinke snotsnuif opzij en ik zie die gore troep door de lucht zweven. Recht op mijn gezicht,
verbeeld ik me tenminste.
Walgelijke ongemanierde snotvent! foeter ik hem in gedachten toe.
Net als ik hem wil inhalen gaat ie onverwacht naar links, de bovenstreek in, en spuugt nogmaals.
Volop knijp ik in de remmen om hem en zijn slijm te ontwijken.
“Misselijke snotvent!” schreeuw ik hem nog na maar in het luchtledige wellicht.

Met m’n tong haast op mijn knieën sleep ik met alle macht mijn fiets de korreweg-fietsbrug op, achter me hoor ik iemand rochelen en spugen, en voel me daardoor zo opgejaagd dat ik ineens de fiets wel onder mijn arm omhoog krijg, maar in gedachten gooi ik hem bovenop die spuger achter me.

Verderop vliegt een wielrenner me voorbij, geen spatlappen, geen bel, alleen maar een paar wielen en een stuur. Net als hij me voorbij is spuugt hij zijn gal voor me uit en ik zit er onder.
Vieze gore smeerlap!
Niet dat ik het zeg, daar ben ik te laf voor.
Bij het spoor aan de paterswoldseweg moet ik wachten voor de trein. Een gozer spuugt tot drie keer over zijn schouder.

Iedere dag na een fietstocht moeten al mijn kleren in de was, en ik onder de douche met een harde borstel vol groenezeep en soda.
Het is tegenwoordig één en al snot en spuug wat mensen uitwerpen zonder om te kijken of er iemand achter ze fietst. En niet alleen pubers die een hogere slijmvorming hebben. Echt iedereen lijkt het te moeten doen. Nederland wordt steeds smeriger.

Bij het zeebrapad wacht ik voor een keurig gekleedde en gekapte vrouw, trots gearmd aan een flinke vent. Bij mijn voorwiel spuugt ze haar kauwgom achteloos uit en loopt trots door.
En zeg me niet dat gauwgum erger is dan spuug!
Gatverdamme!

De allerdrukste route in Groningen, van de korrewegbrug, over de paterswoldseweg. Verschrikkelijk.
Doodop van al die prikkels tijdens de fietstrit van 8 kilometer, kom ik aan in het ziekenhuis.
Daar krijg ik gele druppels in m’n ogen.
De chagrijnige assistente die me een test moet afnemen, snauwt dat ik moet zeggen wat ik zie,
maar ik zie niks,
mijn ogen zitten vol afgrijselijk uitgespuugd snot en slijm en het licht doet zeer aan mijn ogen.
Hoe kom ik ooit weer thuis?

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

6 reacties op Hoe kom ik ooit weer thuis?

  1. De volgende keer beter een duikbril opzetten, dan kun je dat snot vermijden.

  2. Appelvrouw zegt:

    Thomas, dat is een geweldig goede tip! Al was het maar om onder de fluimen door te duiken.
    Ik ga meteen naar de winkel!

  3. reinejragolo zegt:

    Toen er nog volop pruimtabak was, was de kleurschakering groter.

  4. Vooral als je ingehaald wordt door een ploegje wielrenners 🙂 Je moet echt alle moeite doen om fluimen te ontduiken

  5. bentenge zegt:

    Ik zou het echt niet weten.

  6. Appelvrouw zegt:

    – Reine,
    Maar toen fietsten de spugers nog niet.

    – Henk,
    Jasses! Jij maakt het meteen weer 20 keer erger.

    – Bentenge,
    ManB heeft me opgehaald 🙂 Er is altijd wel een redder in de nood.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s