Neem mij! vervolg op: een grote bult

vervolg op alle beetjes liefde maken een grote bult
In het kort: In het opvangtehuis waar ik terecht kwam nadat ik de laatste trein in Baarn had gemist en daar niet meer in het tehuis welkom was, had ik de tijd van mijn leven. In Apeldoorn wisten ze me goed aan te pakken, niet met straf maar met praten, mijn geweten is er behoorlijk ontwikkeld geraakt. En er waren niet van die rare regels. Je mocht veel meer en er was vaak veel lol.
Jack woonde er ook en wij werden al snel goede maatjes en trokken heel veel met elkaar op.
Maar toen moest ik weer weg, want het was tijdelijk. En dan scheiden de wegen, maar dat deed verschrikkelijke pijn op de laatste dag samen. Maar later vonden we elkaar weer terug.


Ondertussen was ik 2 tehuizen verder en hij was na een volgend tehuis weer bij zijn moeder terecht gekomen.

Hoewel ik een hekel aan moeders had, omdat ik ze niet vertrouwde
– en ook meende dat een moeder het niet verdiende dat je weer bij haar terugkwam terwijl je eerst gedumpt was-
besloot ik op zijn uitnodiging om bij hun te logeren in te gaan want ik wilde graag zien hoe Jack woonde, ik was nog even blij met hem als destijds in Apeldoorn.
Hij is een van die mensen van wie ik een beetje liefde heb gekregen, zonder bijbedoelingen. Alle beetjes liefde maken een bult, schreef ik al eens.

Na 2 uur reizen sta ik in zijn huis.
Er hangt een zware stemming in huis. Iedereen is er weer, na jaren in tehuizen te hebben gewoond. Onbegrijpelijk vind ik het. Niemand lijkt gelukkig.
Jacks moeder ziet er slonzig uit en ze heeft een plakkerige hand: “zeg maar Jackiemoeder”. Ik wil mijn hand afvegen maar weet niet waaraan. Broer Joop praat tegen me. Jack zwijgt, hij is zo anders dan toen we in het tehuis woonden, en ook anders dan toen hij kort geleden bij mij logeerde.
De sfeer is om te snijden.
Ik zie de trap, de trap naar boven en weer naar beneden, de dodelijke trap, met los zittende verf en brokjes hout van de leuning alsof er in gehakt is met een beiteltje.
De trap, weet ik, is voor deze familie een bedreiging.

Het jongste broertje van Jack heb ik ooit een keer ontmoet in Apeldoorn toen Jack en ik daar in het opvangtehuis zaten, 8 was hij, met grote bruine kijkers die zo angstig keken, dat ik alsmaar mijn jas over hem heen wilde leggen.
We wandelden met een paar mensen over de Soerense heide, waar ik heel vaak met Jack naar toe ging. Broertje wilde ook mijn hand vasthouden, net als Jack. Maar hoe wij ook grapten en dolden, hij heeft de hele wandeling geen woord gezegd. En hij keek ons niet aan en niet meer om toen we hem bij zijn tehuis terug brachten. Ook hun 2 oudere broers woonden elders, niet bij elkaar.
Drie jaar later, toen alle broers weer bij hun moeder woonden, hing broertje op een ochtend te bungelen in het trapgat, een kind van net 11.
Jackiemoeder had hem gevonden en het hele huis bij elkaar geschreeuwd, broer Joop en Jack hadden hem moeten losmaken en legden dode broertje op de keukentafel.
De tafel waar we nu met z’n allen omheen zitten.

Jackiemoeder draait een sjekje en likt smerig aan het vloeitje. Ik verbeeld me dat haar hele mond bruin is van het teer, en haar uitgedroogde korstige lippen zijn alleen maar gemaakt om een peuk naar binnen te zuigen.
Jack en Joop draaien ook een sjekje. Ik was al antirook voor ik geboren ben denk ik en loop naar de wc waar ik te lang blijf zitten.
Wat doe ik hier! Ik wil naar huis. Maar hoe kom ik op het station, en hoe pak ik ongezien mijn tas uit de kamer?
Langzaam loop ik terug naar de kamer. Jackiemoeder loopt naar me toe, slaat haar arm om me heen. Maar ik gruwel van haar, weg met moeders! Blijf van me af!
Ik zeg niets.

“Laat Jack toch gaan, neem mij, ik heb veel meer te bieden,” zegt ze met berookte zware stem.
Dit kan niet waar zijn. Dit is niet waar, zeg dat het niet waar is!
Jack!
Heeft hij zo’n gore moeder die haar poten niet van hun vriendinnen kan houden?
En dat terwijl al haar kinderen er bij zitten.
Niemand doet wat.
Jack stormt de deur uit en slaat die keihard dicht.
Waarom nou, waarom nam hij mij niet mee in plaats van me achter te laten bij dit monster met haar kleffe vingers, die haar eigen kinderen niet wilde toen het haar niet uitkwam maar wel hun vriendinnen in wil nemen.

Deze tekening gaf Jack me toen we in Apeldoorn moesten afscheid nemen.
Hoe toepasselijk leek het nu, zo onbereikbaar achter tralies.

Smerig rotwijf, je geeft geen ene zier om je kinderen! Dat denk ik alleen want uitspreken durf ik niet. Ze is net zoals mijn ouders: eigen belang eerst.
“Zie je dan niet dat ik je harder nodig heb dan Jack?”
Broer Joop gaat ook het huis uit. Grote broer spuugt nadrukkelijk in de asbak en verdwijnt naar boven.
Ik weet niet wat ik moet doen, geen idee hoe het openbaar vervoer om 22 uur in de avond nog is, en waar moet ik heen, waar is de bushalte, waar is het station.
Even later hoor ik de voordeur dichtknallen en weet dat grote broer ook is vertrokken.
Nu zit ik nog alleen met het verschrikkelijk wijf.
Jack, wat ben jij voor een gozer dat je me niet bij de hand hebt genomen.
Haar hand glijdt over mijn rug.
Oh mijn god, verlos me van het kwade!
Resoluut loop ik naar de voordeur waar mijn tas staat en vertrek. Waarheen zou ik niet weten, ik ken hier niks, het is donker en koud maar alles beter dan in die smerigheid daarbinnen.
Ergens zal ik wel iets tegenkomen op mijn pad. Iemand zal me leiden, zo is het altijd geweest.

Maar het wordt steeds meer nacht, en steeds eenzamer voel ik me, zoals alle keren dat ik vroeger van de boerderij wegliep. Zo verdomd verlaten en uitgehold.
Is er dan nergens een plekje voor mij, is er dan niemand die me wil om wie ik ben, is er dan niemand die van me wil houden zonder mijn lijf te gebruiken voor zijn of haar eigen genot? Ben ik dan geboren om anderen aan me te laten zitten tegen mijn zin? Heb ik geen ander doel hier op aarde?

De kerkklok slaat 4 uur. Ik zit op de grond geleund tegen een lantaarnpaal.
Even later slaat de klok 5, en dan hoor ik voetstappen dichterbij komen.
Mannenvoetstappen.
Het kan nog erger, denk ik bij mezelf. Verkracht worden door dat wijf en niet weg kunnen is vreselijk maar hier op straat in de kou verkracht worden door een vent is ook niet fijn.

“Ik heb overal lopen zoeken naar je,” ik herken de stem van Joop, heel droevig, “Jack is ook nergens te vinden.”
Hij laat zich zakken aan de andere kant van de lantaarnpaal en vertelt dat grote broer op deze manier zijn vriendin ook is kwijtgeraakt. Ik heb geen antwoord.
Zonder verder iets te zeggen blijven we zitten.
Hij heeft natuurlijk niet naar mij gezocht maar alleen naar Jack, en hij weet het ook niet meer denk ik.
De klok slaat maar ik vergeet te tellen. Het verkeer komt op gang en ik hoop dat er zo een bus aan komt.
We staan op. Hij duwt zich tegen me aan en ik voel dat hij zin heeft.
“Neem mij” schiet het door mijn hoofd. Zoals zijn moeder het riep: “neem mij.”
Wanhopig.
Hij kust me, en tot mijn grote opluchting komt de bus er aan. Hij steekt zijn hand in zijn zak, steekt me wat geld toe, “neem aan, dan kun je wat eten op het station.”
Door het raam blijf ik naar hem kijken tot hij uit beeld is.
Neem mij, schreeuwt het in mij, als een weesmeisje die tentoongesteld wordt en verlangd naar liefde. Neem mij.

Dit bericht werd geplaatst in Jonge jaren en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

7 reacties op Neem mij! vervolg op: een grote bult

  1. Gerrit zegt:

    Ik heb er tranen van in mijn ogen. 😦

  2. Iemands jeugd zou de mooiste tijd van zijn/haar leven moeten zijn.
    Voor sommigen is dit niet meer dan een pikzwarte bladzijde…

  3. bentenge zegt:

    Good god. Ben ik weer even niet goed van. Straks leg ik toch nog even mijn armen om mijn dochter heen, zo maar, om te zeggen dat ik van haar hou op de juiste manier voor een vader (en/of moeder).

  4. Appelvrouw zegt:

    – Gerrit,
    Dat mag.

    – Thomas,
    De mijne heb ik gelukkig niet als pikzwart ervaren omdat ik nog een eigen wereld had om in weg te kruipen, en toen ik nog op de boerderij woonde waren er genoeg lieve dieren en afleiding.
    Maar ik moet er niet aan denken dat je als kind in een onveilige omgeving opgroeit zonder schuilplaats. Denk dat het dan heel veel zwarter is dan het mijne.

    – Bentenge,
    Dat zeg je wel heel mooi, je armen om je dochter heen. Daar word ik dan weer goed van (warm van).

  5. Henk Bossema zegt:

    Wat een triest (rot)verhaal. Ik lees dit met nog de warmte in mijn lijf en hoofd van een fijn bezoek gisteravond met verhalen over een warme lichte en zonnige jeugd en kinderen die het zo goed doen. Ik voel me niet schuldig maar wel bevoorrecht.
    Mag ik even mijn arm om jou heen slaan, ik heb genoeg warmte dus ook voor jou.

  6. marckooij zegt:

    Wat maak jij toch akelige dingen mee.

  7. Appelvrouw zegt:

    – Henk B,
    Gelukkig voel je je niet schuldig.
    Je arm sla ik niet af. Dankjewel.

    – Marc,
    Gelukkig niet meer zo erg als eerder want op een gegeven moment zal de rek er wel uit zijn.
    Nu heb ik een nogal gezapig leventje (vergeleken bij vroeger)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s