Jetty’s vader

(dit is een oudje, ca 15 jaar geleden geschreven toen ik alles opschreef)

Als ik s’ morgens naar de kalveren achter in de wei ga, ga ik weg. Dat weet ik zeker.
Ik ga bij Jetty wonen.
Haar slaapkamer is op de begane grond zodat ik door het raam naar binnen kan.
Ik hoef maar zachtjes te kloppen en ze zal het open doen.
We zijn 8 jaar.
1966

Die avond, aan de broodtafel bekijk ik mijn moeder als een vreemde.
Ze foetert tegen me, zoals zo vaak: “Kijk me aan, kind, je gluurt altijd maar langs me heen.”
Ze heeft geen grip op me met mijn schele ogen.
De vaders’ riem hang losjes over zijn middel, klaar voor een uithaal naar één van ons.
Ik ga weg, lekker weg, ik heb jullie niet nodig.

Na het eten breng ik een baal hooi naar de kalveren. Daar is het veilig en kan ik eindeloos wegdromen.
Als ik de kalveren hooi geef kijk ik naar ze.
Leentje is zo lekker om mee te knuffelen, nog even dan, lekker dicht tegen me aan.

Daar is het hek.
Ik hoef er maar onderdoor te kruipen en mijn vrijheid ligt daar, in de andere weilanden.
Op weg naar Jetty, het is al bijna donker.
Zachtjes klop ik op haar raam, ze doet direct open alsof ze op me lag te wachten.
We giechelen.
Ze heeft brood voor me meegesmokkeld.
Hoewel ik heb gegeten lust ik nog graag iets.
Op de boerderij krijgen wij twee sneetjes wit brood, het is altijd te weinig.
Ik smul het bruine brood met kaas op.
Ze heeft geen drinken maar kan wel in de keuken een glas water halen.
Ik kijk om me heen in haar gezellig slaapkamertje, we zullen samen in haar bed moeten.
Haar eigen kamer; knuffelbeestjes op bed, spelletjes en boeken op een plank, een
tafeltje en stoeltje in een hoek.
Een eigen kamer… dat heb ik nog nooit gehad.
Moet ze hier soms naar toe als ze straf krijgt?
Dit lijkt eerder een beloning.
Jetty komt terug met het water.
Ik drink het achter elkaar op.

“Wat moet je met dat waa..”
Het is Jetty’s vader.
Ik zie hem niet vaak.
Hij is lang en heeft een bruin verweerd gezicht.
“Oh, meisje, wat doe jij hier?”
Ik voel veel warmte van hem uitgaan, hij is lief.
Beschaamd kijk ik naar de grond. “Ik kom hier slapen.”
“Ze gaat niet meer naar huis”, zegt Jetty ook nog.
Hoopvol kijk ik hem aan.
Hij zal me helpen.
Zijn warme ogen kijken me vriendelijk aan.
“Meisje,” zegt hij terwijl hij op een stoel gaat zitten, “ze zullen thuis ongerust zijn,
je kunt hier niet blijven, ik breng je naar huis.”
Hij pakt mijn hand en kijkt me nog eens doordringend aan met zijn lieve ogen.
Zijn vriendelijkheid geeft me zoveel vertrouwen dat ik zeker weet dat het goed is.
Het liefst kruip ik dicht tegen hem aan.
Om zo’n papa te hebben moet heerlijk zijn.

Hij tilt me op de stang van zijn fiets, zo zit ik dicht tegen hem aan.
Het dringt ineens tot me door dat hij me terug brengt, dat deze veiligheid maar heel
kort duurt.
“Ik wil niet naar de boerderij”, fluister ik.
Hij heeft het verstaan: “Waarom wil je dat niet?”
Waarom wil ik dat niet?
Ik weet het niet te zeggen.
Ik ben bang.
Bij de vader van Jetty voel ik me veilig, heel beschermd.
“Ik wil niet”, is alles wat ik zeg.
Hij streelt even over m’n hoofd, “ik zal wel met ze praten.”
Zijn warme stem stelt me gerust, hij zal alles goed maken.
Het grind knerpt onder de banden.
Het geluid van de dynamo klink als muziek.
Ik kruip een beetje dichter tegen hem aan.
“Het komt wel goed, meisje”, zegt hij.
En ik hoop het, ik vertrouw op hem.

Op de boerderij gekomen stuurt mijn vader me direct naar boven: “naar bed”, het is eigenlijk geen straf vergeleken bij de andere mogelijkheden.
Nog lang hoor ik de stemmen van Jetty’s vader en de mijne bij de voordeur.
Hij wordt niet binnen gelaten waardoor ik het gevoel krijg dat mijn vader geen vriendschap
sluit met hem. Dat doet hij met niemand want hij voelt zich boven iedereen verheven.
Maar zolang ze maar praten, zolang Jetty’s vader maar bij de deur blijft staan is er hoop.
Hij maakt alles goed, heeft hij beloofd.
Toch word ik bang, straks krijg ik er flink van langs.
Ik durf niet te gaan slapen.

De voordeur valt dicht, Jetty’s vader is weg.
Mijn beschermer is weg, ik ben weer overgeleverd aan mijn vader.
Er is niets veranderd.
Angstig kruip ik onder de deken met mijn armen om mijn lichaam.

J&A

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Jonge jaren en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Jetty’s vader

  1. EJW zegt:

    Schrijnend ”verhaal” mooi opgeschreven

  2. Jokezelf zegt:

    Ach, meisje toch…

  3. Henk Bossema zegt:

    Ik zou me haast schamen voor mij eigen veilige jeugd. Ik begrijp het voor zover dat kan lukken.
    Maar echt begrijpen zal ik het nooit. Dat is dan weer een nadeel van een fijne jeugd.

  4. Appelvrouw zegt:

    – EJW,
    Ik vind nog altijd dat ik eerder beter schreef, kroop meer in het verhaal dan nu. Dit verhaal komt niet lekker op gang, ik heb zelf de neiging af te haken tot een stukje verder het spannender verloopt. Maar moeilijk je eigen verhaal, mede omdat het autobiografisch is, te beoordelen.

    – Joke,
    maar het mooie zit hem in de vader van Jetty (met wie ik nog steeds bevriend ben) Voor het eerst van mijn leven ervoer ik zoveel warmte, dat heb ik altijd meegenomen.

    – HenkB,
    Schaam je maar niet, ik begrijp evenmin hoe het leven is in een beschermde jeugd, daar heb ik zelfs geen fantasie over omdat ik geen idee heb hoe dat zou kunnen voelen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s