Ik heb gelogen

(uit de voorraaddoos)

“Wat is er met je, meisje, waarom sta je hier zo alleen op de brug, is er iets ergs gebeurd?”
Naast me staat een keurige meneer die heel vriendelijk kijkt.
Waarom zou ik een vreemde vertellen wat er is gebeurd. Is er ooit iemand geweest die iets met de waarheid deed?
Het gaat hem niets aan.
Wat moet ik zeggen?
Ik weet niet eens wat ik daar doe, ik staar wat in het water, verder niets.
Hij neemt geen genoegen met mijn zwijgen en dringt aan.
“Mijn vader,” begin ik, zonder nog te weten wat ik zal vertellen, wel weet ik dat het niet de waarheid zal worden, die begrijpt toch niemand.
“Mijn vader is dood.”
Ik begin zelfs te huilen want ik geloof in mijn eigen verhaal wat steeds langer wordt. “Mijn lieve vader mis ik zo. Mijn vader die alles voor me overhad en waar ik zo van hield, die is dood.”
Hij pakt me bij de schouder, “waar woon je kindje.”
“Aan de regentesselaan, meneer”, antwoord ik met huilerige stem.
Hij kan niet weten dat daar het te tehuis voor weggegooide kinderen is. Dat weet niemand, toen mijn voogdes me vanmiddag bracht moest er ook naar zoeken.
“Ik breng je thuis”, meteen duwt hij me zachtjes voor zich uit van het bruggetje af.
Wat een vervelende man, ik wil op het bruggetje blijven, hij moet me niet thuis brengen, hij mag niet weten waar ik woon.
Ik stribbel nog wat tegen maar hij is niet van plan me daar te laten staan.
Ongerust loop ik naast hem, hoe kom ik van hem af. Maar ik er is geen ontsnappen mogelijk, tenzij ik het op een hollen zet, en dat doe ik niet.
Voor het huis aangekomen zeg ik: “hier woon ik, dag.”
Opgelucht ren ik naar binnen zonder om te kijken, weg van die man met zijn vragen.

Als ik in de groepskamer kom zie ik de man toch het pad naar het huis op komen.
“Ik ben er niet”, fluister ik geschrokken tegen de begeleidster en vlieg naar mijn kamer en zet het bed tegen de deur. Niemand wil ik zien, niemand wil ik ooit nog vertellen wat er met me is.
Ga weg!
Het is net zo angstig als die keer dat ik me met mijn tante in de badkamer verstopte voor mijn vader.

Een uur later komt de begeleidster me halen maar ik doe niet open.
Door de deur heen vertelt ze me dat het de dominee was en dat hij wilde weten hoe het met me gaat, en of hij iets voor me kan doen.
Zij had hem mijn waarheid alsnog verteld.
Mijn echte waarheid!
Mijn echte waarheid gaat niemand iets aan, alleen mijzelf.
Maar die meneer, zo vriendelijk, zo aardig, die wist nu al die vieze dingen van me die ik had moeten ondergaan.
Beschaamt open ik mijn deur.
“Waarom heb je tegen die meneer gelogen?” vraagt ze vol medeleven.
Alsof ik de waarheid had kúnnen vertellen!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Jonge jaren en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

13 reacties op Ik heb gelogen

  1. Robert Kruzdlo zegt:

    Wat een ´blote herinnering´, dat is wel iets anders dan je gewoon iets herinneren. Het verschil kan ik hier goed lezen.

    Groet,
    Robert Kruzdlo

  2. Het is geen blij verhaal maar toch las het als een ouderwetse Engels story.Een beetje Dickens-achtig. Geen ‘wij zijn zo gelukkig’-sfeer maar je blijft wel lezen. Zoiets…Je hebt het mooi geschreven Appelvrouw.

  3. Je had beter een andere smoes kunnen verzinnen appelvrouw 😦

  4. Appelvrouw zegt:

    @ Robert,
    Ik heb het denk ik in 2000-2002 geschreven, toen zat ik midden in deze gebeurtenissen. Schrijft wel lekkerder dan als voorval van weleer.

    @ Rebelse huisvrouw,
    “Wij zijn gelukkig” daar kan ik niets mee.
    Dank voor het compliment.

    @ Henk,
    het is ongeveer 39 jaar geleden, toen was ik nog niet zo goed in smoezen.
    Was net de nacht ervoor uit het vorige tehuis gezet omdat ik de laatste trein had gemist en de nacht in een cel geslapen.
    In de ochtend met voogdes op zoek naar nieuw onderdak, van hot naar her.
    En om in die situatie ook nog betere smoezen te bedenken viel niet mee.
    Maar ik vind het eigelijk nu wel grappig, volgens mij was die leugen veel te doorzichtig vanwege het overdrevene.
    De Dominee zal dat tehuis ook wel gekend hebben. Dat was een geweldig leuk tehuis!

  5. reinejragolo zegt:

    Wat is dood en wat is leven?

    Een kind levenslang verminken is geen leven.

  6. Dat het een leuk tehuis was, was dan nog een geluk. Ik heb ook verhalen gehoord van tehuizen, katholieke, nou nou… ook van meisjes hoor, ook van meisjes die niet seksueel werden misbruikt maar wel op een andere manier. En het lijkt me heel logisch, dat je je verhaal niet zomaar aan een man op straat kunt vertellen.

  7. periodpains zegt:

    Djeezes 😦

  8. Appelvrouw zegt:

    @ Reine,
    Leven voel je, dood niet, denk ik.

    @ Babbelegoegje,
    Misschien was ik al te oud voor vervelende tehuizen. In mijn tijd was het misschien al minder erg.
    Ik had in alle tehuizen heel veel vrijheid, en als ik die niet kreeg dan nam ik die gewoon want straffen stelden niets voor.
    In dat tehuis in Apeldoorn heb ik echt veel lol gehad en ook een goede (her)opvoeding, zónder straf.
    In die tijd was ik ook nog niet aan praten toe, ik had al snel geleerd dat mensen je dan toch weer terug stuurden, en later merkte ik zelfs dat er sommige mannen zich aan verlekkerden.

    @ Periodpains,
    Het is lang geleden gelukkig.

  9. EJW zegt:

    Weer een van die verhalen die me bijblijven. Dat er nog leuke tehuizen waren in die tijd valt me mee. Je hoort er meestal alleen maar ellende over..

  10. Appelvrouw zegt:

    EJW,
    Ik ken ook wel akelige verhalen, maar dat is meer van wat ik zag. Het overkwam mij niet.
    Zo was er in het eerste tehuis een, in mijn ogen, zeer kind onvriendelijke omgeving.
    De kleinste groep bestond uit kinderen van ca. 2 tot 6. Als ze 6 werden moesten ze naar de gemengde groep, die bestond uit kinderen tussen 6 en 12. En als ze 12 werden moesten ze alweer veranderen, de meisjes naar het meisjes paviljoen en de jongens naar het jongenstehuis een paar kilometer verderop. Zo werden zusjes en broertjes doodleuk gescheiden, en als je al vriendjes of vriendinnetjes had dan was dat ook makkelijk weer over.
    Je leerde er vooral goed te onthechten, terwijl die kinderen al om wat voor reden dan ook niet bij hun ouders konden wonen, en vaak nog ieder weekend en vakantie er naar toe moesten (mochten?). En wat een hoop ellende dat iedere keer weer gaf, want de problemen bij ouders waren natuurlijk niet voorbij.
    Dat soort problemen had ik niet, ik was nu eenmaal beter af in een tehuis en wilde, en hoefde, gelukkig nooit meer naar mijn familie. Dat brengt je alleen maar in verwarring.

  11. Op vakantie lieg ik de hele dag
    Erg ontspannend als je een ander leven kunt voorwenden
    Als je er zelf in gaat geloven, is het de oplossing voor alle ellende die je meezeult 😉

  12. Appelvrouw zegt:

    Dat is een mooie.
    En de medemens wil toch niet echt onze waarheid horen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s