Eén grote bult

Apeldoorn, 1976

Voorwoord.
Nadat ik van het ene op het andere moment uit een tehuis gezet was zoals ik al twee keer elders was weggerukt, verbleef ik in het mooiste tehuis waar ik gezeten heb. Het was crisis opvang en bedoelt voor de maximaal 3 maanden. In tussentijd kon er dan naar een vaste plaats gezocht worden. De tijd was bijzonder positief voor mijn opvoeding. Geen straf, maar een gesprek, want straffen hadden totaal geen invloed op ons.
Kinderen die al zoveel hadden meegemaakt en zoveel zwaardere straffen van onze ouders hadden gekregen, alleen al omdat we niet geaccepteerd werden. Alsof we een last voor onze ouders waren. Wat betekende het dan als je een week de deur niet uit mocht, dat was een grapje.

Alles was tijdelijk en je wist niet wanneer je weer weg moest, of zoals sommige kinderen weer terug naar hun ouders moesten/konden, tot de volgende crisis binnen het gezin.
Ook dit verblijf was tijdelijk.

Onderstaand verhaal heb ik in 2008 en 2009 ook geplaatst.
——————————————————————————————————

Alle beetjes liefde maken één grote bult.

Ze hadden een ander plekje voor me gevonden.
Mijn thuis is altijd onderweg geweest, van 1 naar 2, van 2 naar B en altijd weer verder op die lange weg.
Steeds maar verder weg. En hoger en hoger op.
Ik was gepromoveerd.
G e p r o m o v e e r d!
Hoera?
Nee, want ik moest Jack achterlaten.
Jack, met wie ik 3 maanden was opgetrokken, hij was mijn broer geworden.
Aan meer dan overleven en zoveel mogelijk samen genieten hadden we niet gedacht,
we leefden bij de dag, en durfden niet eens vooruit te denken.
En vooruit liep het gevaar.
Zoals die op een wrede dag kwam met de brief: gepromoveerd.
Dat betekende tas pakken en naar Utrecht.
Toen moesten we denken.

Op de laatste dag klampten Jack en ik ons aan elkaar vast.
Dit deed écht pijn. Ik had tijd er over na te denken. Ik werd niet van het ene het andere moment weggerukt.
Het was geen droom.
Het was een voorbereiding.
Weg van hier, weg van deze wonderlijke wereld vol gekwelde zielen die allemaal leefden, vandaag hier, morgen daar. Allemaal in onzekerheid.
Daarom sloten we morgen buiten.
Maar hij kwam altijd.

We liepen door de Hoog Soerense heide en zwegen,
want er waren geen woorden voor onze angst.
Verder, we moesten altijd verder, steeds weer opnieuw, altijd zonder elkaar,
maar wel verder.
Dit keer had ik tijd om afscheid te nemen. Maar beter was het geweest te verdwijnen achter de horizon, zoals eerdere keren.
Jack moest achterblijven in deze mooie wereld, terwijl mijn leven voortging in een andere.

Onze laatste avond.
We konden nog steeds niet spreken.
Hij had mijn hand vast en keek over mijn hoofd heen naar de toekomst. Of misschien ook wel naar het verleden, naar onze tijd samen, of naar wat daar nog vóór lag.
Het was een innige vriendschap die neigde naar liefde, zonder toekomstplannen.
Toekomst kon voor ons niet bestaan, je kon nergens naar toe leven. Anderen beslisten over ons, al naar gelang wat het lot ons bracht.
Wij moesten vandaag overleven,
iedere dag weer.

Jack.
Je magere hand die niet geven kon, maar wel vroeg ‘hou me vast’, klampte zich aan mijn leven vast.
Toen ik hoorde dat ik weg moest wist ik dat jij een andere zus zou vinden, ik hoopte het, je had het nodig. Of ik had het nodig, die gedachte dat er iemand anders zou komen om met jou te genieten en waar jij voor kon zorgen, en het daagse verdriet te vergeten. Dat je tenminste niet alleen was en om mij zou treuren. Dat wou ik.

De laatste avond stonden we voor de deur.
Wanhopig.
Jouw handen op mijn rug, mijn gezicht tegen jouw schouder.
We wisten niet hoe we onze emoties moesten tonen, we wisten niet hoe we moesten laten merken dat we zoveel aan elkaar hadden en bang waren, bang om zonder elkaar verder te moeten omdat we niet wisten dat er daar verderop wel weer anderen waren.
We stuntelden wat in de struiken, vlak voor de deur waarachter de brief lag met de wrede woorden: “gepromoveerd”.
Onhandig bezegelden we onze innige vriendschap met gestuntel, omdat we er allebei nog niets van wisten, wetende dat dit het laatste was wat we elkaar konden geven.
Een wanhoopsdaad was het, het leek helemaal nergens op.
Het gaf in alles de onbereikbaarheid aan.

Ons leven ging verder,
apart.
Maar aan die 3 maanden heb ik me zoveel jaren kunnen optrekken.
Want alle beetjes liefde in je leven maken één grote bult.

Deze tekening overhandigde Jack me toen ik opgehaald werd.
Uiteraard heb ik die, na 36 jaar nog steeds. Want Jack is een van de weinige mensen die ik nog altijd een warm hart toe draag.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Jonge jaren en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Eén grote bult

  1. EJW zegt:

    Waardevol zijn de mensen die op een bepaald moment in je leven zijn.
    Je vergeet ze nooit meer

  2. Vreselijk. Zoals jij dat beschrijft, dan besef je echt, hoe erg het voor een kind was, om in tehuizen op te groeien. Ik hoop, dat het Jack ook goed vergaan is in zijn leven.

  3. Appelvrouw zegt:

    @ EJW,
    Dat is beslist waar.

    @ Babbelegoegje,
    er zijn nog heel wat verhalen waarbij je denkt dat het leven in een tehuis erg is, maar bij onze ouders hadden we het slechter. Voor mijzelf heb ik het altijd als leuk en positief ervaren in de tehuizen. Ik kreeg eindelijk ruimte om te leven. Vanuit waar ik vandaan kwam was dat echt een verademing. Dat zal niet voor iedereen zo zijn ervaren. Als de ouders in beeld blijven is het heel moeilijk je daarvan los te maken. En niet iedere situatie is zoals de mijne, er zijn natuurlijk ook ouders die om andere redenen hun kind wegdoen. Dan krijg je dat kinderen de weekenden naar huis mogen/ moeten. Dat is pas erg! Heel vaak kwamen ze terug met ellende, ruzie, huilen of eerder terug dan gepland. Ouders die hun kind de schuld van alles gaven, ouders die het kind eerder terugbrachten omdat het zich niet gedroeg naar hun wensen.
    Dat verscheurt kinderen veel meer dan mijn situatie, is mijn mening.

    Bij mij was dat makkelijker, ik wilde mijn ouders nooit meer zien. En zij mij ook niet. Mijn ouders zijn deels uit de ouderlijke macht ontzet en dat maakte het nog weer makkelijker, dan hoeft er niemand te bemiddelen. Ik viel onder de kinderbescherming.
    Maar ze probeerden het toch, want als het weer goed kwam tussen mijn ouders en mij zou dat beter zijn voor ons… dat was hun uitgangspunt maar daar dacht ik anders over. En nog steeds, ik had niet voor niets al dat vreselijke doorstaan en er voor gevochten om er vanaf te komen.
    Een ander hoeft niet voor mij te bepalen wat goed voor mij is, dat weet ik zelf heel goed.

    Een jaar later heb ik Jack weer opgezocht.
    Maar daarover misschien een andere keer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s