Wie klaagt er nou over sneeuw!

Door de ruiten zie ik het prachtige weer maar kan er geen deel van uitmaken.

Pijn in mijn rug en heupen voorkomt dat ik voluit kan leven.
Mijn ruggewervel wordt helemaal in elkaar gedraait als een uitgewrongen dweil.
Is natuurlijk mijn eigen schuld, had ik vroeger maar moeten gehoorzamen in plaats van zo vaak weg te lopen.
Of is het van de vele schoppen gekomen die ik kreeg toen ik moest leren lopen. Al van kindsafaan heb ik rugpijn.
Of is het van het vele vallen toen ik het veulen moest beleren.
Of de andere mishandelingen.
Of ben ik echt een maandagmorgengevalletje?

En nu ik toch aan het klagen ben kan ik net zo goed even doorgaan.
Weer een niersteen die zoveel last geeft dat het er op lijkt dat die ook al te groot is geworden voor natuurlijke uitdrijving.
Ik ben nog niet eens goed bekomen van de urs operatie in april.
Misschien heb ik door die nieren ook wel last van mijn ogen, want wat is de wereld tegenwoordig onscherp.

Af en toe, heel af en toe, als ik toegeef aan dat onderlaagje, wil ik verschrikkelijk…
euh…
tja, als er nou woorden voor waren kon ik het omschrijven.
Misschien af en toe boos worden?
Met mijn rug tegen de muur slaan!
Vergif innemen om de pijn te doden.
Maar wat denk je?
Van morfine ga ik zelf ook dood, dus dat is geen optie.

Nou, wie klaagt er nog over de sneeuw!

In 2009 heb ik mijn record van (ca) 300 meter gelopen in anderhalf uur.
Sneeuw in 2009- de hele serie

Advertenties
Geplaatst in Leven met lichamelijke beperking | Tags: , , , | 4 reacties

Soms mis ik hem

Gisteren zag ik wat foto’s uit Bargerveen, waar ik tot voor kort zo vaak kwam en nooit genoeg van het natuurgebied kreeg. Iedere keer als ik bij HteD logeerde, dat was toch een paar keer per jaar een week of 2, ging ik daar naar toe.
En nu zag ik een foto van Henk Jonkvorst (een van mijn favoriete fotomakers)

En had gewild dat ik er nog samen met HteD naar toe kon, iets leuks om te bekijken, even de wind door onze haren. Dat ik eindelijk ook eens met een initiatief kwam.

Soms mis ik HteD. Niet in mijn daagse leven want daar was hij niet, maar met de extraatjes. De uitstapjes, de vakantietjes waar ik soms geen zin in had, maar nu met heimwee op terugkijk.
De gezelligheid, dorpjes bekijken, lachen, en soms ook huilen om het verlies van zijn vrouw, en mijn Vroems, en wat we tijdens hun ziekte hadden doorstaan en daarna.
De keren dat ik met niersteentjes kampte, en zijn aftakeling.
Hij heeft Vroems gekend, hij heeft me enorm gesteund in die tijd. En hij begreep wie, en wat ik was kwijtgeraakt. De liefde, mijn grote liefde, geen andere arm kan de zijne vervangen. Soms wil ik er over praten hoe dat is.
Maar alleen met HteD kon ik daarmee echt de diepte in gaan, zo erg dat je de pijn zo sterk voelde alsof het er uit kwam. En die pijn kon ik bij hem laten zien, het mocht, en hij hoefde niet te troosten met armen om me heen. Want dat toonde dan des te meer aan dat het niet de armen van Vroems waren, en die mis ik soms zo.
Net zoals ik die vriendschap met HteD soms mis, dat samen delen van wat je echt bezighoud, wat belangrijk is voor de ander, en jezelf.
En van beide mannen leerde ik veel.
Het leven bestaat uit laagjes.
2017-12-9-soms mis ik hem-laagjes van het leven

Geplaatst in Rouw, Vroems | Tags: | 9 reacties

Neem mij! vervolg op: een grote bult

vervolg op alle beetjes liefde maken een grote bult
In het kort: In het opvangtehuis waar ik terecht kwam nadat ik de laatste trein in Baarn had gemist en daar niet meer in het tehuis welkom was, had ik de tijd van mijn leven. In Apeldoorn wisten ze me goed aan te pakken, niet met straf maar met praten, mijn geweten is er behoorlijk ontwikkeld geraakt. En er waren niet van die rare regels. Je mocht veel meer en er was vaak veel lol.
Jack woonde er ook en wij werden al snel goede maatjes en trokken heel veel met elkaar op.
Maar toen moest ik weer weg, want het was tijdelijk. En dan scheiden de wegen, maar dat deed verschrikkelijke pijn op de laatste dag samen. Maar later vonden we elkaar weer terug.


Ondertussen was ik 2 tehuizen verder en hij was na een volgend tehuis weer bij zijn moeder terecht gekomen.

Hoewel ik een hekel aan moeders had, omdat ik ze niet vertrouwde
– en ook meende dat een moeder het niet verdiende dat je weer bij haar terugkwam terwijl je eerst gedumpt was-
besloot ik op zijn uitnodiging om bij hun te logeren in te gaan want ik wilde graag zien hoe Jack woonde, ik was nog even blij met hem als destijds in Apeldoorn.
Hij is een van die mensen van wie ik een beetje liefde heb gekregen, zonder bijbedoelingen. Alle beetjes liefde maken een bult, schreef ik al eens.

Na 2 uur reizen sta ik in zijn huis.
Er hangt een zware stemming in huis. Iedereen is er weer, na jaren in tehuizen te hebben gewoond. Onbegrijpelijk vind ik het. Niemand lijkt gelukkig.
Jacks moeder ziet er slonzig uit en ze heeft een plakkerige hand: “zeg maar Jackiemoeder”. Ik wil mijn hand afvegen maar weet niet waaraan. Broer Joop praat tegen me. Jack zwijgt, hij is zo anders dan toen we in het tehuis woonden, en ook anders dan toen hij kort geleden bij mij logeerde.
De sfeer is om te snijden.
Ik zie de trap, de trap naar boven en weer naar beneden, de dodelijke trap, met los zittende verf en brokjes hout van de leuning alsof er in gehakt is met een beiteltje.
De trap, weet ik, is voor deze familie een bedreiging.

Het jongste broertje van Jack heb ik ooit een keer ontmoet in Apeldoorn toen Jack en ik daar in het opvangtehuis zaten, 8 was hij, met grote bruine kijkers die zo angstig keken, dat ik alsmaar mijn jas over hem heen wilde leggen.
We wandelden met een paar mensen over de Soerense heide, waar ik heel vaak met Jack naar toe ging. Broertje wilde ook mijn hand vasthouden, net als Jack. Maar hoe wij ook grapten en dolden, hij heeft de hele wandeling geen woord gezegd. En hij keek ons niet aan en niet meer om toen we hem bij zijn tehuis terug brachten. Ook hun 2 oudere broers woonden elders, niet bij elkaar.
Drie jaar later, toen alle broers weer bij hun moeder woonden, hing broertje op een ochtend te bungelen in het trapgat, een kind van net 11.
Jackiemoeder had hem gevonden en het hele huis bij elkaar geschreeuwd, broer Joop en Jack hadden hem moeten losmaken en legden dode broertje op de keukentafel.
De tafel waar we nu met z’n allen omheen zitten.

Jackiemoeder draait een sjekje en likt smerig aan het vloeitje. Ik verbeeld me dat haar hele mond bruin is van het teer, en haar uitgedroogde korstige lippen zijn alleen maar gemaakt om een peuk naar binnen te zuigen.
Jack en Joop draaien ook een sjekje. Ik was al antirook voor ik geboren ben denk ik en loop naar de wc waar ik te lang blijf zitten.
Wat doe ik hier! Ik wil naar huis. Maar hoe kom ik op het station, en hoe pak ik ongezien mijn tas uit de kamer?
Langzaam loop ik terug naar de kamer. Jackiemoeder loopt naar me toe, slaat haar arm om me heen. Maar ik gruwel van haar, weg met moeders! Blijf van me af!
Ik zeg niets.

“Laat Jack toch gaan, neem mij, ik heb veel meer te bieden,” zegt ze met berookte zware stem.
Dit kan niet waar zijn. Dit is niet waar, zeg dat het niet waar is!
Jack!
Heeft hij zo’n gore moeder die haar poten niet van hun vriendinnen kan houden?
En dat terwijl al haar kinderen er bij zitten.
Niemand doet wat.
Jack stormt de deur uit en slaat die keihard dicht.
Waarom nou, waarom nam hij mij niet mee in plaats van me achter te laten bij dit monster met haar kleffe vingers, die haar eigen kinderen niet wilde toen het haar niet uitkwam maar wel hun vriendinnen in wil nemen.

Deze tekening gaf Jack me toen we in Apeldoorn moesten afscheid nemen.
Hoe toepasselijk leek het nu, zo onbereikbaar achter tralies.

Smerig rotwijf, je geeft geen ene zier om je kinderen! Dat denk ik alleen want uitspreken durf ik niet. Ze is net zoals mijn ouders: eigen belang eerst.
“Zie je dan niet dat ik je harder nodig heb dan Jack?”
Broer Joop gaat ook het huis uit. Grote broer spuugt nadrukkelijk in de asbak en verdwijnt naar boven.
Ik weet niet wat ik moet doen, geen idee hoe het openbaar vervoer om 22 uur in de avond nog is, en waar moet ik heen, waar is de bushalte, waar is het station.
Even later hoor ik de voordeur dichtknallen en weet dat grote broer ook is vertrokken.
Nu zit ik nog alleen met het verschrikkelijk wijf.
Jack, wat ben jij voor een gozer dat je me niet bij de hand hebt genomen.
Haar hand glijdt over mijn rug.
Oh mijn god, verlos me van het kwade!
Resoluut loop ik naar de voordeur waar mijn tas staat en vertrek. Waarheen zou ik niet weten, ik ken hier niks, het is donker en koud maar alles beter dan in die smerigheid daarbinnen.
Ergens zal ik wel iets tegenkomen op mijn pad. Iemand zal me leiden, zo is het altijd geweest.

Maar het wordt steeds meer nacht, en steeds eenzamer voel ik me, zoals alle keren dat ik vroeger van de boerderij wegliep. Zo verdomd verlaten en uitgehold.
Is er dan nergens een plekje voor mij, is er dan niemand die me wil om wie ik ben, is er dan niemand die van me wil houden zonder mijn lijf te gebruiken voor zijn of haar eigen genot? Ben ik dan geboren om anderen aan me te laten zitten tegen mijn zin? Heb ik geen ander doel hier op aarde?

De kerkklok slaat 4 uur. Ik zit op de grond geleund tegen een lantaarnpaal.
Even later slaat de klok 5, en dan hoor ik voetstappen dichterbij komen.
Mannenvoetstappen.
Het kan nog erger, denk ik bij mezelf. Verkracht worden door dat wijf en niet weg kunnen is vreselijk maar hier op straat in de kou verkracht worden door een vent is ook niet fijn.

“Ik heb overal lopen zoeken naar je,” ik herken de stem van Joop, heel droevig, “Jack is ook nergens te vinden.”
Hij laat zich zakken aan de andere kant van de lantaarnpaal en vertelt dat grote broer op deze manier zijn vriendin ook is kwijtgeraakt. Ik heb geen antwoord.
Zonder verder iets te zeggen blijven we zitten.
Hij heeft natuurlijk niet naar mij gezocht maar alleen naar Jack, en hij weet het ook niet meer denk ik.
De klok slaat maar ik vergeet te tellen. Het verkeer komt op gang en ik hoop dat er zo een bus aan komt.
We staan op. Hij duwt zich tegen me aan en ik voel dat hij zin heeft.
“Neem mij” schiet het door mijn hoofd. Zoals zijn moeder het riep: “neem mij.”
Wanhopig.
Hij kust me, en tot mijn grote opluchting komt de bus er aan. Hij steekt zijn hand in zijn zak, steekt me wat geld toe, “neem aan, dan kun je wat eten op het station.”
Door het raam blijf ik naar hem kijken tot hij uit beeld is.
Neem mij, schreeuwt het in mij, als een weesmeisje die tentoongesteld wordt en verlangd naar liefde. Neem mij.

Geplaatst in Jonge jaren | Tags: | 7 reacties

Hè hè, dat was lekker!

Toen ik een tweede minisnicker in mijn mond stak ging de bel.
Daar stonden schattige kindertjes met een suikerbiet in de hand.
Ze begonnen meteen te zingen.
Sint maarten, sint maarten, de koeien…
En ze reikten me hun plastic zakken toe.
Ik keek erin.
Allemaal snoep!
Hm… wat zal ik nemen?
Toen ik mijn hand in de zak wou doen trok het meisje haar zak terug.
En de andere zakken werden ook snel teruggetrokken maar ik kon nog net bij één een chocotoffee uit de tas grissen.
“Nou, zing nog maar door hoor, het is prachtig”, moedigde ik ze nog aan maar ze liepen weg.
“Jullie mogen best vaker komen.”
Ik keek ze na terwijl ik het chocotoffeetje uit de verpakking haalde.
Wat een lieve kindertjes toch.
Een moeder kwam naar me toe.
Ze was boos.
Hoe kon ik die kinderen nou zo behandelen!
Het was toch Sint Maarten en dan geef je die kinderen wat snoep.
“Nóg meer snoep?” antwoordde ik rustig op mijn chocotoffee kauwend, terwijl ik er aan dacht dat er nog 5 minisnicker waren. Ik kon me niet voorstellen dat ik die zou weggeven!
Maar het ging niet om de hoeveelheid, ging de moeder verder.
“Nou mevrouw, ‘t is hier de voedselbank niet!” zei ik boos met volle mond, smeet de deur dicht, en nestelde me op de bank met de laatste minisnickers.
Hehe, dat was lekker.

(eerder geplaatst op 11-11 van een ander jaar)

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 10 reacties

Foodlogje. Over Kapsalon en groenteslierten

Gisteren maakte ik dit gerecht.
Ik moet er nog een naam voor verzinnen, dus als je wat weet, roep maar,
degeen met de meest originele naam wint dit etentje bij mij.

Ok, ik ben heel slecht in telefoonfotografie, en ik wilde eten en dan moet je me niet storen met een goede foto.

Hier is het recept voor wie geen zin heeft bij mij aan tafel te schuiven maar het veilig zelf wil maken.
Ik eet meestal alleen groenten (en vlees, vis of ei), maar ManB at hier rijst bij.
Misschien is geraspte zoete aardappel ook wel lekker.
Hier dus alleen zoals ik het eet.
De banaan was een extraatje, een gewone, maar nog zo onrijp vies, dat ik besloot hem maar te bakken. Echte bakbanaan is natuurlijk wel veel lekkerder.
Zo, genoeg gekletst, aan de slag (zoveel praten ze vaak ook op foodlogjes).

Eerst nog een foto van de spiraalsnijder die ik gebruik, je kunt de groentenslierten zo lang maken als je wilt, spaghetti groenten krijg je dan:

1 courgette door spiraalsnijder
1 winterwortel door spiraalsnijder
ca 1 opscheplepel broccoli klein gesneden
1 ui heel fijn gesneden
beetje bieslook, peper en zout

Broccoli en ui in de wok hoog vuur paar minuutjes scheppen.
Wortelslierten erbij scheppen, ook een paar minuutjes.
Courgette er in en doorheen scheppen tot het gaar is samen met de smaakmakers.

Garnalen even verhitten in een aparte pan (of je verkiest ze mee in de wok te doen, tegelijkertijd met de courgette).
Bakbanaan en noten er bij, ik had pecan noten, maar walnoten of pijnboompitten kunnen ook.

Lijkt wel heel erg op de vette Kapsalon, vind je niet?

Geplaatst in Eten | Tags: , | 8 reacties

Voor het eerst samen bloot

De hele tijd vroeg ik me af of ik wel bloot zou willen en kunnen zijn met hem.
Ongeveer anderhalf jaar kennen we elkaar nu.
Wilde ik hem wel zo zien, wilde ik mezelf in mijn huidige omvang wel onbedekt vertonen?
Hoe zie ik er eigenlijk uit? hangt mijn buik teveel, moet ik mijn benen ontharen, voeten onteelten?
Gaat mijn haar niet slordig zitten door het water?
Zou ons contact niet heel erg veranderen?
Ondanks alle grapjes, dolpartijen, hulp en leuke uitstapjes zag ik mezelf wel heel ongemakkelijk bloot zijn.
En ik veronderstelde dat hij daar net zulke drempels bij had.

Wijnsteentoren Zutphen

Uiteindelijk vroeg ik het voorzichtig dat ik een kaartje voor 2 personen voor de sauna had.
Dat had ik ook maar ManB wilde niet mee.
En tot mijn grote verrassing hoefde hij er niet zo lang over na te denken, misschien zelfs wel helemaal niet.
Zijn natuurlijke reactie ontspande me meteen.
En daar gingen we dan, allebei met een grote sporttas vol handdoeken en een badjas die we allemaal niet gebruikten want je kon er gewoon bloot lopen!

Er is niks veranderd tussen ons, het was net zo ontspannen als destijds met vriend HteD.
En wij hebben er wel een leuk uitstapje bij om het leven leuk te houden. Straks ga ik hem nog vriend Helpman noemen, in plaats van Maatje Helpman.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 11 reacties

Zijn wezen bezeten

“Ik zat in het diepere deel van mezelf,” vertelt ze, “een heel warm geborgen plekje waar ik gelukkig was met mezelf.”
“Dat kan ik me voorstellen,”meen ik tenminste, “eerder had ik mezelf lief in de spiegel.”
Maar dat is iets heel anders volgens haar.
Je moet in het zijn zijn, of het wezen zijn.
Nu ja, die sfeer is voor mij te hoog gegrepen.

Ik heb lang genoeg alleen voor mezelf geleefd en kijk nu liever ook naar anderen, daar heb ik meer van geleerd dan mijn eigen welzijn voorop te stellen.
“Je voelt je heel rijk als je mediteert, als je jezelf ontdekt. Je komt jezelf echt tegen,” is haar mening, “je moet naar jezelf luisteren.”
Mijn ervaring is dat ik veel rijker ben geworden sinds ik mezelf niet zo nodig hoef te ontdekken, in mijn diepere zit echt niks dat meerwaarde heeft voor het leven.
Sinds ik dat ontdekte kon ik volop van anderen genieten, en kan ik ook naar ze luisteren.

Ze vertelt heel lang over het licht wat in haar gevaren was, en hoe ze dan uren op de stoel kon zitten met de poes op schoot die heerlijk spinde.
Ah, denk ik, dat kon ik eerder ook. Net zoals op de grond langs het kanaal liggen, uren, met niks in mijn hoofd, want ik lag daar gewoon te zijn, zonder te mediteren.

Wat is er toch een hoop ellende voortgekomen uit mensen die naar zichzelf luisterden, en het liefst hoorden: volg je hart… terwijl ze een verstand gekregen hebben. Al veranderde daarna hun situatie, het lijden ging mee.

“Maar op een dag,” gaat ze verder, “op een dag werd ik overvallen door de duisternis, het verdrong al het licht in mijn ziel.”
Ik luister, en denk aan de duivel, en aan duivelsuitdrijvingen in prachtige Afrikaanse rituelen.
Waar ik zo vaak naar verlangd heb.
“Nee het is de duivel niet, het is echt duisternis”, zegt ze. Ik durf niet te vragen of ze dan de duivel al eens ervaren heeft.
Na nog een uur vertellen, en vragen van mij om haar te begrijpen of op zijn minst iets van haar innerlijke duisternis,
hebben me niet verder gebracht dan dat ze bezeten is door de duisternis die bezit van haar licht heeft genomen, van haar wezen, en dat ze daar nu niet meer bij kan.
Naarstig zoek ik naar kadertjes om het enigszins te begrijpen, en besef ineens dat ik dat niet moet doen.
Ik hoef alleen maar te zijn.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | 11 reacties