Nooit meer naar de sportschool

Afgelopen dagen ben ik aan het werk geweest op terras.
Een geul gegraven, 5 grindtegels als opstaand randje bij de schutting gebruikt. Hier moet ik alles ophogen anders verzuipt het, hoewel je dat met deze droogte niet zou zeggen.
Dat betekent een beetje uitgraven, vette klei omspitten en mengen met witzand en tuingrond.
Van die grindtegels zie je nu al niets meer vanwege de struikjes ervoor.
De houten borderrand was een stuk makkelijker.

Omdat ik nooit weet hoeveel werk ik kan verzetten gaat alles altijd in heel kleine stukjes, dat is meestal niet praktisch maar het is de enige manier om het te overzien en me de vrijheid te geven te stoppen.

Zo’n grindtegel weegt volgens mij algauw 30 a 35 kilo. En dan van de stapel pakken en een paar meter lopen en dan laten zakken in de geul en hopen dat ie in een keer recht staat anders moet ie er weer uit, en dan er weer in.
En vandaag heb ik de stootbanden die over waren ook verwerkt als borderrand. De ene helft heeft Maatje Helpman gedaan. En je ziet het wel (links bij die extra tegel eruit), die schuin loopt is vrouwenwerk!

Maar wel mijn werk Dus als je commentaar hebt mag je het beter voor me maken want ik vind het ook niet leuk dat ie zo schuin ligt. Het was nogal passen en meten en steeds maar weer er in en eruit, en dan zien om ze in elkaar te passen op z’n plek, andere grote tegel er uit, en dan weer zien dat die er in paste.
Ook hier heel wat uitgegraven en omgespit. Nu is het wachten op nieuwe tuingrond zodat ik het af kan maken.
Toen nog 2 zware cementenbloembakken versleept, gevuld met aarde en planten, die krengen zijn zeker net zo zwaar als een grindtegel!
De potten staan er nog in om katten te weren (zo smerig om kattenstront aan je handen te krijgen). En ik moet natuurlijk nog afwerken zodra ik nieuwe grond erbij heb. En nog wat rommeltjes wegdoen.
En dan is het wachten tot alles “dichtgroeit”.

Ik hoef nooit meer naar een sportschool, gewoon iedere dag een paar tegels van de ene naar de andere kant van het terras versjouwen. En natuurlijk veel spitten in de vette klei (die aan je spade blijft kleven, net als aan je schoenen).
En mocht je me volgende week in de rolstoel voorbij geduwd zien worden, dan weet je hoe het komt, want ik ben niet te stuiten! Net of ik een onbeperkt abonnement heb gekocht.

Helaas mag ik van ManB niet nog meer tegels verwijderen.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | 8 reacties

Buitenaards wezen

Nog net zie ik dat ze een punt van haar vest op de deurklink had voordat ze haar fiets het terras op duwt. Misschien heeft ze in veel ergere mate smetvrees dan ik.
Ik loop naar haar toe, blij, en benieuwd naar de nieuwe vrouw, uit haar psychose.
Nieuw, want de oude kun je volgens mij nooit meer worden na een ingrijpende gebeurtenis.
“Die deur is heel gevaarlijk,” zegt ze wijzend met haar hoofd naar de schuttingdeur waar ze net doorheen kwam.
“Wat is er mee?”wil ik weten.
“Het heeft een metalen klink. Metaal is het zwart, het grote gevaar.”
Ik kijk naar haar fiets, zonder iets te zeggen.
“Gelukkig is de deur niet op slot want dan was het gevaar ingesloten en dat is het allerergste.”
Dit is waarachtig een nieuwe vrouw, ze heet nu Parvatia, zegt ze, de afgelopen jaren was ze Durga.
Dat verzin ik zowaar niet eens zelf, zie hier, bij belangstelling, de betekenis van deze namen .

Omdat ze het koud heeft pak ik mijn mooiste wollen vest, waar ze zich direct in wikkelt alsof het steenkoud is. “Wat ben ik blij om bij je te zijn. Ik voel me hier zo veilig en dat je me dit vest laat dragen is heel bijzonder, je ontfermt je over mijn ziel. Mijn ziel houdt van jou omdat je zoveel warmte uitstraalt. Dit is echt een teken, het is geen toeval dat ik jou heb leren kennen, het is geen toeval dat ik alles bij je kwijt kan in veiligheid en jij me omarmt zonder me aan te raken.”
Toen ze nog in haar duistere wereld zat was ik de enige (op de therapeut na) die haar liet praten zonder goed bedoelde tips. Nu doe ik hetzelfde.
Ze was altijd heel bescheiden en rustig maar nu, haar nieuwe ik, kan ik niet goed volgen. Het is alsof ik een boek lees en af en toe het hele hoofdstuk opnieuw ga lezen om het goed te volgen.
Soms is ze in een winkel met een winkelwagentje en dan verstijft ze, kan geen stap meer zetten en moet het winkelwagentje loslaten. Sinds ze ontdekte dat dat door het metaal komt gebruikt ze alleen nog de plastic mandjes.
Ik durf niet te vragen of ze dat op de fiets nooit heeft, die is toch niet van plastic, maar misschien heeft ze die link nog niet gelegd en moet ik haar er niet op wijzen. Of misschien zegt ze dan wel dat de rubberbanden voorkomen dat het metaal kwaad kan doen.

Dat de spade precies op die plaats in de grond staat is geen toeval, ik ben gestuurd door de andere wereld, die andere wereld die ik niet wil zien, maar dat gaat niet lang meer duren volgens haar. Zij heeft de ommekeer gemaakt, zij zal de ogen openen van iedereen die ze gesloten houdt.

Dat ze op mijn wc mag plassen is voor haar een verrukking. Urine is afval, het zwart van ons, en dat ze dat bij mij achter mag laten wetende dat het veilig is, dat het zwart hier niet aangevallen zal worden is voor haar een prettig gevoel.

“Wie is de man op de die foto?” ze wijst naar de foto van Vroems. Ik vertel haar kort dat het mijn grote lief is die in 2011 is overleden.
“2011? Welke datum?”
“15 februari.”
“Oh, daar heb je weer zo’n wonder, het is echt een wonder, die dag (en hier vertelt ze iets heel persoonlijks wat ik privé hou)… Het is geen toeval, iedereen is met elkaar verbonden, dat Vroems is overleden betekent niet dat hij dood is, hij is onder ons, hij is nu bij mij.”
Ik wil zeggen dat ze van hem af moet blijven, hem niet in het land der levenden moet betrekken. Maar ik zwijg, weet ook niet zeker in hoeverre zij in het land der levenden verkeert.
Ze wil weten hoe zijn uitvaart was, en dat vertel ik heel kort, want dat het huis gestut was wegens sloop en hij de voordeur niet uit kon in de kist, laat ik achterwege omdat ik zeker weet dat ze daar ook allerlei wonderen in ziet.
Wel vertel ik kort over de boottocht toen de as verstrooid werd. De datum is voor haar weer een teken, het was haar dag dat ze de aanval kreeg.
En op mijn verjaardag heeft ze haar konijn, waar ze veel van hield, gedood.
Ze vraagt naar meer belangrijke data van me.
Ik noem de trouwdatum van Vroems en mij. Het is de dag (niet het jaar) dat haar zusje stierf.
Ik noem de nacht van 9 op 10 augustus 1975 zonder er bij te vertellen wat er die dag was.
10 augustus had zij een bijna dood ervaring. En voor mij was dat in die nacht, maar anders dan bij haar, ik werd bijna doodgeslagen door mijn vader. Zij had het in een ander jaar, psychisch, overvallen door het zwart die haar de keel dichtkneep.
Zij ziet overval verbanden, en daarom horen we bij elkaar.

Telkens heeft ze het over de andere wereld die ik niet ken maar waar zij in leeft. Dát is de echte wereld, niet die waanwereld waarin wij “gewone” mensen ons begeven, los van onszelf, ver van de realiteit. Wij moeten nog leren zien, maar ooit komt die omwenteling en zullen we begrijpen hoe blind we altijd geweest zijn.

Sinds kort lees ik boeken over psychoses. Wat me opvalt is dat zoveel mensen dezelfde ideeen hebben die wij van de “gewone wereld” waanwereld noemen.
Hebben wij wel enig bewijs dat die andere wereld niet bestaat?
Hoe komt het dan dat overal op de wereld de mensen met een “systeemfout” dezelfde denkwijze en ervaringen hebben?
Misschien zijn deze mensen wel de buitenaardse wezens en kunnen we elkaar niet begrijpen, Zij zijn nog in de minderheid maar zodra ze ons hebben bekeerd lopen mensen die “gewoon” zijn kans opgepakt te worden.

Ik weet niet meer zo zeker of ik blij ben voor (en met) Parvatia.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | 6 reacties

Zo blij, blij, blij!

“Heb je even tijd, ik moet je wat vertellen.”
“Voor jou heb ik altijd tijd,” zeg ik haar, want het is zo.
De jaren dat ik haar ken ben ik steeds meer om haar gaan geven, het lukte me nooit me in te leven, hoewel ik er volgens haar nooit naast zat als ik zei dat het leek of ze gevangen zat. En dat het zo zwart was bij haar (van binnen). Soms sprak ze over duistere zaken en voelde ik mijn traanklieren knijpen (of persen).
En nu komt het, ze gaat me iets vertellen.
Haar stem klinkt veelbelovend. De stilte die ze laat vallen geeft me ruimte om het zelf in te vullen, ze heeft een nieuwe vriend, een poes, de loterij gewonnen, of een betaalde baan.

“Ik ben weer vrij, uit mijn gevangenis.”
“Gefeliciteerd” roep ik te enthousiast, onderwijl nadenkend of ze misschien eindelijk die enge man die haar in haar dromen kwelde heeft vermoord. Of dat ze een bank had overvallen en een tijdje had vastgezeten.
Maar nee, ze is vrij, uit haar duistere wereld die 8 jaar geleden de titel psychose kreeg, maar voor haar was het veel erger, ze had midden in de hel gezeten.
Ik heb haar zien worstelen, zien huilen, zien verlangen naar zichzelf, voor haar was het geen psychose maar een onderdompeling in het echte leven in het hiernamaals.

Maar nu is ze vrij, ze mag zichzelf weer omarmen.
Ik hoop dat het voor altijd goed blijft gaan en dat het hiernamaals de hemel blijkt waar ze eerder in geloofde en niet de hel die ze gezien heeft.

Ik ben zo blij, zo vreselijk blij voor haar, én voor mezelf. Ik zal haar opnieuw leren kennen, nieuwe manier van denken en voelen, hoe met haar om te gaan in haar vrije wereld.
Wat duurt het nog lang voor het woensdag is en we elkaar weer zullen zien.
Ik wil alles horen, alles weten van haar, hoe is ze er uitgekomen.
Haar lagen ontdekken.
Wie is ze in het nu?

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | 9 reacties

Gevallen vrouw

Komt een gevallen vrouw bij de dokter.
Helemaal bleek.

Steekt een slang in d’r strot, en bekijkt de binnenkant. Helemaal rood.

Rustig doorademen, komt weer goed, met een beetje geluk al binnen een jaar.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 6 reacties

Een bijzonder smeuïge ochtend

Op zoek naar een klusjesman

Om kwart voor 8, een kwartier te vroeg, stond hij voor de deur en keek erg blij naar me toen hij uit zijn auto stapte en zijn grote lichtbruine actetas om zijn schouder hing.
Zat daar al zijn gereedschap in?
Zijn wenkbrauwen vlogen vreemd omhoog toen ik hem een hand gaf en me voorstelde. “Ik zal je de klussen laten zien” en liep hem voor naar de schuur.
“Oh, gaan we niet naar binnen?” klonk zijn teleurgestelde stem.
“Nee, mijn man slaapt vandaag uit, we hoeven niet meteen in huis te werken.”
Een klusjesman hoeft toch niet in huis te komen, hij moet gewoon kunnen klussen.

Van de droogmolen had hij geen verstand, thuis hebben ze een droogtrommel.
En dat was de aanleiding om zijn hele huwelijksleven in mijn schuur te deponeren.
Slecht huwelijk, vreemd geweest en zijn vrouw vertrouwde hem niet meer, daarom zocht hij nu weer een nieuwe vriendin waarmee hij passievol kan zoenen.
Gatverrrr!
Maar ik knikte, snapte het helemaal, moet hij gedacht hebben, temeer omdat ik nog doorvroeg: “Waarom ging je eerst vreemd?”
“Omdat mijn vrouw me niet vertrouwt.”
Aha, hij wil haar niet teleurstellen. Maar volgens mij is de volgorde niet correct.

We stonden minstens een uur in de schuur te praten, en hij was zo blij met mijn begrip dat hij voorstelde dat ik zijn nieuwe vriendin misschien wel wilde worden. Ik zag er zo mooi uit op de vroege ochtend. En als hij zijn ogen dichtdeed kon hij me zelfs voelen.
Gelukkig had ik een dikke trui aan!
“Je zoekt zelf toch ook niet voor niets een klusjesman? Je man… ”
Ik onderbrak hem, “geen woord over mijn man.” Mijn stem was hard, één woord meer en ik zou hem met zijn eigen woorden geslagen hebben.
Van mijn man moeten zulke geildruipers afblijven.
Was het daarom dat hij een kwartier te vroeg was gekomen? In de hoop dat ik smachtend in doorzichtig pignoir de deur zou openen: “schat ik heb een grote klus voor je, heb je al je gereedschap bij je?”
Hij ging verder: “als een vrouw een klusjesman zoekt dan bedoelt ze toch niet echt een man die komt werken?”

Nu was ik eens een keer duidelijk in wat ik zocht en dan maakten de heren er weer iets anders van.
“Je moet maar gaan,” zei ik koel en liep de schuur uit.
Hij reikte naar mijn arm, kwam naar me toe om me te zoenen, ik zag het gewoon, ik voelde het, ik deinsde achteruit.
Gatver, gatver!!! Zo’n smerige natte zoen die over je hele mond druipt. Ik gruwelde.
In huis waste ik meteen mijn handen en gezicht grondig met zeep, ook al had hij me niet echt gekust.

“Wie was dat zo vroeg”, wilde ManB weten.
“Och, een wanhopige klusjesman die wilde zoenen,” en ik kroop naast hem onder de warme deken. We lachten en fantaseerden over de armzalige zoektocht van een loser met zijn actetas waar we de meest bizarre voorwerpen in dachten voor een bijzonder smeuïge ochtend.

Geplaatst in Affaires of wat daar voor door kan, Uncategorized | Tags: , , | 11 reacties

Koude douche

Ze overwon de slaap en werd ontzettend fit sinds ze iedere dag een koude douche neemt. Nooit meer koffie en een sigaret nodig om op gang te komen, zei ze. En probeert haar man er nu ook toe aan te zetten. Maar die propt watjes in zijn oren, draait zich nog eens om en denkt aan de tijd voordat ze aan deze gekte begon. Toen douchten ze samen lekker warm, en vrijden gehaast om op tijd op het werk te komen.
Nu verlangt ze alleen maar naar een koude douche.
Als ze daarmee klaar is, en naakt voor de spiegel haar haren kamt steekt hij een sigaret om zich aan te warmen.
“Sta toch eens op”, in de spiegel ziet hij haar kille blik.
Zou ze werkelijk veranderen in een koude vrouw door het water, of heeft ze een ander? vraagt hij zich af als ze haar pikante rode slipje aantrekt waar haar strakke billen niet helemaal in passen.
Langzaam blaast hij een dikke blauwe sigarettenwolk de lucht in.
Eerder mocht hij die billen aanraken, dan koketteerde ze verleidelijk door de slaapkamer.
Als ze een ander heeft, mijmert hij verder, gaan ze dan samen onder de koude douche?
“Kom nou schat”, roept ze geërgerd, “straks kom je nog te laat.”
Schat, denkt hij, dat zegt ze nog, en krijgt zin om haar te grijpen. Zachtjes in haar hals bijten en “schat, schat” zeggen terwijl zijn handen over haar lichaam zoeken naar warmte.
En ze zal lieflijk zuchten en hem willen kussen en hees fluisteren dat ze geen tijd hebben.
“Wat lig je nog te stinken in je bed, kom er uit! Het is elke ochtend hetzelfde met jou.”
Rustig drukt hij zijn sigaret uit en staat op.
Misschien is een koude douche zo’n slecht idee nog niet.
2019-03-31- koude douche

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 4 reacties

Een man blijft een man

Vervolg op mag ik hier zitten?
Een week later zit ik bij de man op de bank, want wat maakt een middag op mijn leven nou uit.

Hij pinkt een traantje weg als ik mijn zelfgebakken koekjes op tafel leg. “Mijn vrouw bakte ook graag. Iedere eerste zaterdag van de maand geurde het hele huis naar haar gebak.”
De ode aan zijn vrouw duurt tot al mijn koekjes op zijn, en het hele fotoalbum uitgespit. Weer bedien ik me van clichés: “Jazeker, wat was ze mooi op jullie trouwdag.” Dat er, voor mij als buitenstaander, niets moois aan te zien is vertel ik niet.
Liefde maakt immers blind.
Regelmatig legt de man zijn hand op mijn hand, zonder bijbedoelingen.
Tenminste dat is wat ik wil.
Als hij mijn onderarm aanraakt en ik niet afweer, vraagt hij of ik het gemis naar tederheid herken.
Oh beslist, nog zo vaak verlang ik naar de warmte van Vroems, al weet ik niet of ik dat tederheid zou noemen.
Maar voor ik dat antwoord kan geven gaat hij verder.
Zijn vrouw is 5 jaar geleden plots overleden, zomaar patsboem van de stoel gevallen tijdens het ontbijt. 52 jaar getrouwd, weg zonder afscheid.
Zijn ogen staan vol tranen.
Ik ben niet iemand om een tranend mens in de armen te nemen en te “troosten.”
Laat maar huilen, dat is de beste remedie, tenminste bij mij.
Algauw snift hij harder en zijn hand glijdt over mijn arm naar mijn schouder en nek.
“Ik mis een warm vrouwenlichaam zo verschrikkelijk.”
Hij mist haar dus niet, maar een lichaam. Dat heb ik al vaker gehoord, terwijl ik alles van Vroems mis, zelfs na 8 jaar, geen ander kan dat invullen, waarschijnlijk sta ik dat ook niet toe.
“Je hebt dezelfde bouw als mijn vrouw.”
Ik word omgetoverd tot zijn vrouw.
Niet doen, niet doen! denk ik zacht want ik ben niet overtuigd van mijn verzetsmogelijkheden.
Tederheid en intimiteit verzanden te makkelijk in sex, en sex maakt meer kapot dan je lief is.

Mijn nek wordt zorgvuldig bevoelt en zacht gestreeld. Verlamd als een prooi verroer ik me niet.
Hij verschuift op de bank en trekt mij tegelijkertijd naar zich toe.
Er is genoeg ruimte om hem te stoppen, tenminste dat denk ik vooral achteraf.
Maar een huilende man afweren, dat is wreed, ik kan het niet.
Met mijn zakdoek veeg ik zijn tranen weg, en daardoor vloeien er nog meer.
Zo zitten we een tijdje tegen elkaar aan terwijl hij ondertussen door mijn haren kroelt.
Die rust is heerlijk, geen onzekerheid of hij verder gaat, of ik dat wel wil, of hij me geen pijn doet, hoe ik nee moet zeggen, of hoe ik uit moet leggen dat ik frigide ben geworden van traditionele gefrunnik.
Maar, een man blijft een man, ondanks zijn leeftijd.
En ik kan geen nee zeggen.

Geplaatst in Affaires of wat daar voor door kan | Tags: , | 8 reacties