Die liefde, die niet over gaat

2018-01-27-Jos Vroems

Er is maar een paar jaar verschil tussen bovenste en onderste foto.

Ja, mijn Vroems, mijn grote liefde, mijn verrijker,

ik hou nog steeds van jou,

voel de warmte uit je handen, uit alles van jou als je naar me keek.

Als ik aan je denk, dan stroom ik over van liefde,

en verdriet,

omdat jij niet langer mee mocht doen.

2017-08-2-Jos&Anna

Geplaatst in Rouw, Vroems | Tags: | 3 reacties

Je groeit gewoon naar elkaar toe

Moeizaam verdelen we de taken; wat kun jij, dan doe ik dat andere.
Al het andere blijft liggen.
Nu ik ook weer een flinke terugval heb kunnen we alleen nog het leed, de dokters/ziekenhuisbezoeken, de humor en de restjes eten met elkaar delen, want de voorraden raken op.
En we slapen eindelijk in het zelfde bed, ik overdag, hij in de nacht.
Wat begrijpen we elkaar goed (in onze pijnen) en verplicht thuis te moeten blijven,
wat grappen we er op los
om zin aan de dagen (of het leven) te geven,
en wat zijn we lief.
We houden nu een wedstrijd: wie is het snelst weer op de been.
Je groeit gewoon naar elkaar toe
als je allebei beperkt bent
en alle dagen samen thuis.

Geplaatst in Leven met lichamelijke beperking | Tags: , , | 7 reacties

Dat kan niet, dat mag niet. Help!

Het was op een warme dag, lang geleden, dat de aantrekkelijke Jamelia, rustend in haar boom, iets zag.

Ze vertelde het zachtjes aan de tweeling Josefine en Madeline, wier ogen bijna uit hun kassen tuimelden van ongeloof.

en het daarom snel doorfluisterden aan de maagd Batula.

Batula die altijd zo onbewogen leek, ging toch biechten bij de heilige Hildegrim.

De heilige schrok zo hevig dat hij vroeg of ze het wilde herhalen,
omdat hij wist dat de poetsvrouw Griet van Dikkum dan aandachtig zou luisteren zodat hij het niet zelf hoefde op te lossen.
En zoals verwacht riep Griet heel luid: “Dan kan niet, dat mag niet. Help!”

Het duurde dan ook niet lang of daar kwam de bereden politie aan met zijn wapenstok.

Maar wat was er nou aan de hand?

Geplaatst in Sprookjes | Tags: , | 10 reacties

Waar was je?

Je dacht zeker dat ik er stiekem vandoor gegaan was.
Wel, dat was ook bijna waar.
Laat ik het je uitleggen (ook al kan het je natuurlijk niets schelen).

Het begon hiermee dat ik het zat was om tegen die vreselijke grijze stoel van ManB aan te kijken, het liefst smeet ik dat familie erfstuk de deur uit. Maar dat kan natuurlijk niet.
Al minstens 8 jaar (net zolang als we getrouwd zijn) klaag ik over die stoel, en net zolang belooft hij dat hij hem opnieuw zal bekleden.
Om hem wat te stimuleren heb het zelf maar gedaan. Niet dat dat ooit heeft geholpen maar je kunt nooit weten.
En stopte zelfs schapenvachtjes in de hoezen.
“Heerlijk,” zegt ManB nu, “niks meer aan doen”.
Grrrr!

Toen ik toch bezig was besloot ik mijn eigen gekregen stoel ook eens op te fleuren.
Zo was ie:

En zo is het nu. Zelfs het voetenbankje van Vroems heb ik er mee bekleed (maar die staat niet op de foto).

Ok, denk je misschien, maar dat hoeft toch allemaal geen weken te duren?
Nee, dat klopt ook.
Schoonvader lag 2 weken in ziekenhuis met longontsteking. Toch had hij tegen de mooie verpleegsters, zeer charmante praatjes voor 10. Daar mocht ik eens getuige van zijn.
Schoonmoeder genoot in tussentijd van haar vrijheid en ging er lekker op uit om bij pattisserieën koffie met gebak te eten, helemaal alleen, want ze was eindelijk vrij. En wij gingen op ziekenbezoek.
Ze was niet erg gelukkig dat hij weer naar huis mocht.
Wij wel.
Vooral ManB want hij loopt niet lekker. Gaat met de dag slechter. Hopelijk duurt dat niet lang en kan hij gauw weer genieten van zijn hobbies buitenshuis.

Maar er is nog meer.
Maatje Helpman ging met me wandelen in de rolstoel. Hij gaat nogal ruig met de stoel om als ik er in zit. Daar klaagde ik nogal over (je mag gerust weten dat ik goed in klagen ben), en toen reed ie expres door een enorme modderpoel.

Je begrijpt wel dat ik hier erg ongelukkig mee was, en besloot dat hij dan maar in de stoel moest gaan zitten, dan kon hij ook eens ervaren hoe vreselijk het is als er met je gesold wordt.
Al met al heb ik vast wel 1 kilometer gelopen, dat was 800 meter teveel. Maar hij heeft hopelijk geleerd hoe kwetsbaar je in de rolstoel bent met hobbels en kuilen en waterpoelen.
Daar stond ook tegenover dat ik ervoer hoe heerlijk (en ontzettend zwaar) het is om iemand door de modder te rollen, en hoe verleidelijk om op het randje te balanceren.

We hebben het daarna weer goed gemaakt door iedere week te gaan zwemmen in het subtropisch paradijs in Veendam.
oh wacht, daar heb ik geen foto van- (maar volgens Maatje Helpman zie ik er uit als een oud wijf in een badpak uit de jaren nul, dus dat is ook geen foto waard)

En verder heb ik ook sinds een paar maanden een Maatje Meer. Heel leuk, hij sloeg paaltjes in de grond, schoot nietjes in de stoel, én we zijn stepmaatjes geworden, bij voorkeur doen we dat 2 keer per week.

Tussen alles door breide ik in een week een muts en sjaal, maakte er een selfie van en gaf het weg.

(die muts staat me goed, vind je niet, misschien had ik hem nog over mijn ogen moeten trekken?)

Maar toen werd mijn heup/been scharnier weer eens tegendraads, dat kwam niet van het breien, hij sloot zich af voor het plezier, bijna op slot zelfs.
Hopelijk duurt het dit keer niet zo lang want anders zit ik straks alweer op nul.

Zo, nu weet je in ieder geval waar ik was.
En kun je zien dat mijn bloeddruk en hartslag (45) nog redelijk is voor mijn leeftijd.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | 7 reacties

Hij nam me mee naar zijn huis (jaarwisseling)

Eerder geplaatst in 2013

19.00 uur.
Ik lag in het donker in bed en hoopte dat het gauw morgen was, of liever 3 dagen verder.
Het huis was stil, iedereen was wel naar iemand toe.
Zolang ik het licht uithield hoefde ik niets te zien en was ik niet écht alleen.

De voordeur sloeg dicht, de groepsleider kwam kijken, dat was zijn plicht.
Zoals gewoonlijk had ik niemand om naar toe te gaan.
Mijn thuis was het tehuis. Normaal gesproken was dat fijn. Maar toen iedereen weg was, was er de confrontatie, de herinnering, en dat uitgeholde gevoel; vertrapt, vergooit, als een opgebruikt voorwerp in een put gesmeten. Vloekwoorden en een blauw lichaam. Zoek jij het verder zelf maar uit als je niet wilt zijn zoals wij willen, je bent niet meer van ons. Dat laatste was wel fijn, niet meer van hun zijn maar van mezelf. Niet meer geleefd worden maar zelf leven.
Maar…
zelf leven als niemand het je geleerd heeft valt niet mee. Er was ook niets of niemand meer uit het verleden, alles was herinnering.
Ik kwam in een nieuwe wereld.
Als een asielzoeker dwaalde ik door een wildvreemde grote stad met de kinderbescherming die voor mijn welzijn zorgde. Tenminste dat stond op papier, mijn voogdes zag ik hooguit eens per maand een uurtje maar ik vertelde nooit iets.
Van het tehuis kreeg ik eten, zakgeld en regels.
Het nieuwe leven was niet slecht, het was alleen alsof ik droomde, alsof ik er niet was, het was niet mijn leven, want dat had ik nog niet. De jaren ervoor was ik geleefd, was alles voor me bepaald, zelfs wat ik denken moest.
En toen plots moest ik alles zelf doen en bedenken met niemand op terug te vallen. Wie zou ik vertrouwd hebben? Een voogdes die ik zelden zag? Groepsleiders die steeds wisselden?

De voetstappen van de groepsleider kwamen dichterbij mijn deur. Ook al had ik het licht uit en geen muziek aan, hij wist dat ik er was.
Doorlopen, doorlopen, schreeuwde het in mijn hoofd.
Maar natuurlijk liep hij niet door.
Hij mocht me niet alleen laten volgens de regels.
Zo stom als ik was had ik ’s middags tijdens zijn ronde verteld dat ik nergens naar toe zou gaan, dat ik gewoon thuis bleef, zoals alle andere avonden.
Ik was toch al doodsbang voor vuurwerk dus de straat durfde ik niet eens op.
Maar hij mocht me echt niet alleen laten, zei hij, daarvoor was ik te jong en hij te verantwoordelijk.
Wilde ik niet met hem mee? Dan hoefde hij niet voor mij alleen in het pand te zijn, en kwam toch zijn verplichtingen na, en ik zat ook niet zo alleen.
Echt erg was het niet om alleen te zijn maar fijn vond ik het op dat moment ook niet.
Ik kleedde me aan, een beetje opgelucht; niet meer in het donker,
en een beetje teleurgesteld; confrontatie met de eenzaamheid want het licht aan en andere mensen maakte alles zichtbaar.

Naast elkaar liepen we naar zijn huis.
Er klonk geschreeuw van kinderen. Een vrouw holde de trap op.
Ik wist niet eens dat hij getrouwd was, dacht dat we gewoon rustig met zijn tweetjes zouden zijn.
Zij spraken niet met elkaar, zelfs geen groet, en de vrouw zei niets tegen mij.
Hij wees me een stoel en de tv stond loeihard. Ik had altijd een hekel aan tv, ik had er zelf ook geen.
Boven holden en schreeuwden kinderen.
De spanning was om te snijden.
Ik was natuurlijk niet gewenst, zoals ik nergens gewenst was. Iets dergelijks had ik al twee keer eerder meegemaakt.
Wat had ik een spijt dat ik was meegegaan.
Een kijkje in het leven van groepsleider, dat had ik nooit gewild. In herfstvakantie was ik al bij een leidster geweest die alsmaar zat te knuffelen met haar man, daar werd ik ook niet goed van.
En nu dit hier.

Om 21.00 uur voelde me eenzamer dan om 19.00 uur en deed mijn best de tijd uit te zitten achter de tv zodat hij tenminste bij die vreselijke kinderen en die chagrijnige vrouw kon blijven. Die vrouw liep alsmaar af en aan en sloeg met de deuren, de kinderen heb ik niet gezien, alleen gehoord.
De groepsleider zat bij mij in de kamer tv te kijken naar van die rotzooi die ze vaak op oudejaar uitzenden, de zogenaamde gezelligheid. En ik dacht aan mijn moeder die dit soort rotzooi leuk vond, dan moesten we met zijn allen om de tv zitten en dan moest het gezellig zijn met het verplichtte glaasje bitter lemon, want dat vond zij zo lekker en daarom moest ik het ook drinken. En ik lustte het niet! Geen prik in mijn drinken. Maar water mochten we gek genoeg niet drinken.
Ik haatte die gezelligheid, die valsigheid van het onechte gezin.
En nu zat ik in een ruziegezin, ik voelde me bang en schuldig, niet echt heel anders dan vroeger thuis.
Waarom woonde hij niet alleen, dan hadden we samen op de bank kunnen zitten, ik dicht tegen hem aan en hij zou me als een vader omarmen en door mijn haren strelen. Als een echte vader bedoel ik. Maar ik was ook bang voor vaders dus het had niet gekund.

23.30.
Mijn hart bonsde hevig.
Straks zou het vuurwerk beginnen en hoe kwam ik dan thuis?
Straks moest ik hem en zijn vrouw kussen.
Kussen, ik gruwelde ervan! Natte kussen met vette oliebollensmaakjes op je wang.
Wat moet je zeggen: gelukkig nieuwjaar? Als je het oude niet eens goed kon uitzitten?

Ik ging naar huis, voordat het middernacht was. Naar mijn eigen thuis, mijn kamertje van 3 bij 2, daar waar ik woonde en alles was wat ik bezat. Waar geen ruzie was waar niemand elkaar beledigde of kapot wou maken uit onvrede met zichzelf.
Dag meneer, dag mevrouw.
En ik stond op straat.
Doodsbang voor het vuurwerk liep ik langzaam van de kilte van het gezin weg.
Onderweg vlogen de rotjes over mijn oren de lucht in, ik zou zeker gehoorbeschadiging oplopen.
Ik huilde van angst, zonder tranen want die had ik allang niet meer.
Er was niemand op die hele grote wereld voor mij.
En ik liep langzaam, heel langzaam
nergens heen.

Geplaatst in Jonge jaren | Tags: | 3 reacties

Is het de zon?

Vanmorgen keek ik naar de lucht, en zag … ja zag, wat jij niet zag.

2019-12-29- Groene zonsopkomst

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | 8 reacties

Kom, laten we dansen en liefhebben

Eerder geschreven in december 2006, en nu een tikkeltje aangepast.

Helemaal alleen aan de zelfgebakken chocoladetaart met kersenlikeur.
Vieren doe ik niets, wat is er te vieren?

De taart smaakt heerlijk, ik had hem gebakken omdat ik een paar van jullie had verwacht, maar jullie denken alleen aan jezelf en de kerstinkopen, dus eet ik alles alleen op.
Door de kamer schalmt Afrikaanse muziek “Annamaatje zo lekker als een chocolaatje”, en ik dans, ik dans,
in gedachten,
zoals ik vroeger kon dansen.

En dan al die stomme cadeautjes!
Eens kreeg ik van voogdes een knuffelbeertje, die ik, toen ik weg moest, uit de auto heb laten vallen want ik wilde me nergens aan hechten.
Op mijn verjaardag gaf ze me een zilveren hangertje, maar ik had geen ketting.
Wie wil er aan de ketting?
En vroeger kreeg ik ook eens een cadeautje van mijn ouders, een souvenir tijdens hun vakantie gekocht.
Ze vonden het zelf heel erg mooi. Het was al uitzonderlijk dat we zomaar iets kregen, mijn verjaardag was altijd een goede reden voor een nieuwe trui of jas, als er geen afdankertjes meer waren. Eens moest ik tot 21 december in een zomerjasje naar school, barstens koud, maar mijn winterjas was te klein, en er was nog geen afdankertje.
Ze gaven een suikerpotje met mijn naam erop, wat mooi… En wat had ik een hekel aan mijn naam. Diezelfde avond is het kapot gevallen, zomaar, omdat ik dat wou. Wat heb je aan een suikerpot met je naam erop terwijl je misbruikt wordt. Wat de straf daarvan was laat ik maar achterwege.

Ik neem nog wat van mijn taart voordat die net zo oud wordt als ik.
En ik dans.
Ik dans, want het maakt allemaal niets meer uit. Zij zijn dood, en ik leef met liefde.
Soms komen ze onverwacht op mijn pad, die wonderbaarlijke warmte gevende mensen die me doen openspringen als een zaadje in verdorde grond die wacht op water.
De wereld draait rond, ik dans.
Kom, dans met mij en laten we lachen en liefhebben.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , | 3 reacties