het is alweer de 24e

Je komt er, ondanks de werelddrama’s, niet onderuit, dat voetbal.
Dus wat mij betreft: zet m op vanavond!
Dat het sinaasappelsap rijkelijk mag vloeien uit de appeltjes van oranje.

Geplaatst in Bekijks-foto's | Tags: , , , | 6 reacties

Mijn nieuwste aanwinst

Ik weet het, de foto is maar een snelle kiek om mijn nieuwste aanwinst te showen en mijn fantasieën.

Reuze enthousiast werd ik toen ik dit in de kringloop zag liggen voor maar 2 euro.
Je vraagt je af of ze daar de waarde er van kennen, hadden ze er 10 euro voor gevraagd had ik het waarschijnlijk ook gekocht.
Nu is het extra mooi, maar er is wel een dilemma.
Schilder ik dit bureau kersenhoutkleurig of rustiek eikenhout? Van beide kleuren heb ik accessoires maar ik kan niet kiezen voor dit kastje.
Wat zouden jullie kiezen?

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | 5 reacties

Een bril of een auto

Mijn oma uit Nijkerk werd op haar 50e blind. Dus ik ging zoeken op internet want mijn ogen zijn ook niet de beste meer,
en zie:
ik heb de oplossing gevonden voor het geval mijn zicht slechter wordt.
Nou ja, het kost wel wat (EUR 13.395), maar anderen kopen daar een auto voor zonder te klagen dat het duur is.
Zou jij zoveel uitgeven voor je zicht?

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | 10 reacties

Botervloot

13 mei 2001

Geschreven in de tijd dat ik de privacy van mijn familie nog belangrijk vond. Het is een mengeling van gebeurtenissen uit het kindertehuis, en die botervloot die ik koos voor mijn moeder.

“Zondag is het moederdag”, zegt Jeltje gretig.
“Wat is dat?” vraag ik haar.
“Weet je dat dan niet? Dan krijgen alle memmen een cadeautje.”
“Oh,” zeg ik ongeïnteresseerd, wat kunnen mij cadeautjes nou schelen.
“Jij moet ook wat voor mem kopen, Appeltje.”
“Waarom, ze is mijn mem niet eens”, zeg ik terwijl ik het kalverhok in loop.
Hard trek ik de deur voor Jeltjes neus dicht.
Ik wil haar niet in mijn buurt nu.
Als ik op in de deuropening naar buiten sta te kijken naar de kalveren, komt
de boer binnen met Jeltje en Sietse. “Appeltje, zondag is het moederdag, dan
moeten we iets kopen voor mem.”
Ik kijk naar de grond, dit onderons gedoe bevalt me niets, ik hoor er
helemaal niet bij.
“Weet jij iets wat we mem kunnen geven?” gaat de boer verder in een toch wat
poezelig stemmetje wat ik niet vertrouw.
Er schiet me echter direct iets te binnen wat de boerin wel kan gebruiken
volgens mij. Maar ik durf het niet te zeggen, het vast iets heel stoms.
Misschien gebruiken ze zulke dingen niet op de boerderij.
Vanmorgen met brood eten nog, een pakje margarine lag te smelten op tafel in
zijn papiertje.
“Een botervloot”, zeg ik ineens, “in het kindertehuis hebben ze die ook.”
“Hadden, Appeltje, dat hadden ze. Je bent nu hier, alles van het tehuis moet
je vergeten.” Ik kijk de boer even aan. Vergeten? Het was er heel leuk, hoe
kan ik dat vergeten?
Woensdagmiddag krijg ik twee guldens mee om een botervloot te gaan kopen.
Opgetogen, omdat de boer er niet kwaad om werd dat ik het had gezegd, fiets
ik door de herenweg naar Jonker.
Beneden liggen tapijten, en overalls. Boven is speelgoed en keukenspul.
Ik loop wat door de speelgoedafdeling. Een plastik koe blijft me boeien. Dat
wil ik wel hebben. Even verderop ligt een heel klein popje, zo klein dat ik
hem in mijn hand kan stoppen en niemand het ziet, dan kan hij ook wel in mijn
zak. En daar, die tol, die wil ik ook wel, en die kleurpotloden, en dat
plakboek. En kijk, daar! Dat kleine rode autootje, die wil ik. Als ik hem in
mijn hand neem en er mee over de grond rij roept ineens de hele dikke mevrouw
met haar hoofd boven de trap uit: “Van wie ben jij d’r één?”
Opgeschrikt uit mijn autorace duurt het even voor ik besef wat ze me vroeg.
“Van de boerderij, mevrouw”, zeg ik betrapt.
“Wat moet je hebben?”
“Een botervloot, mevrouw,” antwoord ik, “zo één die niet kapot kan.” Want ik
denk aan de lompheid van de boerin.
Als de dikke mevrouw de kant op wijst waar de botervloten staan steek ik snel
het autootje in mijn andere zak. Daar wil ik vanavond mee spelen, in bed. Als
het donker is zet ik het poppetje erin, en rij terug langs de smildervaart
naar het kindertehuis.
De mevrouw pakt de metalen botervloot in, en ik betaal de twee gulden.
“Heb je verder niets?” vraagt ze me wantrouwig aankijkend.
“Nee”, antwoord ik glashard, en sla op mijn zakken alsof dat iets uitmaakt.
“Dan is het goed. Ben je allang op de boerderij?”
“Nog niet zo lang, mevrouw”, antwoord ik beleefd en loop de winkel uit. Straks
ziet ze toch het autootje en het poppetje.
Ik spring op het blauwe fietsje en sprint naar de boerderij. Onderweg stop ik
een keer om te voelen of mijn speeltjes nog wel in mijn zak zitten. En dan voel
ik er nog even aan. Ik heb nog nooit zelf een speeltje uit mogen zoeken, altijd
kreeg ik van die stomme knuffels. Dit zijn mijn grote schatten, en de boerin mag
ze niet vinden.
Vier avonden lang speel ik blij met mijn autootje waar ik het poppetje inzet, en
dan rij ik het autootje ver weg van de boerderij, en laat ik het poppetje dansen.
Vier avonden lang, vier heerlijke avonden.
Tot het zondag is, moederdag.
Het brood ligt op tafel, net als het pakje margarine. Er staat een pot bebogeen,
kunsthoning en gekleurde muisjes. Daarnaast ligt een pakje roomboter, en een stuk
kaas. Dat is voor de boer, daar mogen wij niet aan komen.
Het zoete beleg lust ik niet, het liefst at ik het brood droog, maar dat mag niet.
Ik moet er beleg tussen doen. “Je zult hier alles eten”, zegt de boer altijd als
ik iets niet lekker vind.
Als de boerin aan tafel komt met de kan melk pak ik snel het zeefje om mijn melk
gezeefd te krijgen. Gelukkig lust de boer zelf ook geen vellen, en mag ik mijn
melk zeven. Ook het vliesje er bovenop doet mij altijd griezelen.
Als iedereen zit geef ik haar het cadeautje. Het liefst had ik het Jeltje willen
laten doen, maar dat mag niet, ik moest het doen van de boer.
De boerin zegt niets, en pakt het ongeduldig uit.
“Een botervloot?” is haar eerste reactie. Ze kijkt me aan. “Hoe kun je zoiets
bedenken! Een botervloot, is het hier soms te min dat de boter in een pakje zit.
Was je soms liever in het tehuis gebleven, was daar soms alles beter dan hier?”
Haar gezicht loopt rood aan. Ze foetert maar door.
Ik zie het vliesje op mijn melk steeds dikker worden, mijn maag begint te draaien.
Helemaal vuurrood geworden staat ze op, gooit de botervloot op de grond en gaat er
bovenop staan. “Wie denk je wel dat je hier bent. Jij komt hier niet vertellen hoe
het hoort.” En meteen krijg een verschrikkelijke harde klap op mijn oor.
“De keuken uit, lelijk ding, ga mijn keuken uit!” kermt ze.
Angstig loop ik de keuken uit en blijf in de bijkeuken staan. Ik weet niet wat ik
moet doen. Ik weet niet wat ik mag doen. Ik blaas belletjes van spuug op mijn tong,
zoals altijd als ik bang ben.
Had ik nu mijn autootje maar bij me, dan ging ik naar het kindertehuis.
Daar zouden ze blij zijn met een botervloot.

Geplaatst in Jonge jaren | Tags: , , | 8 reacties

Een vrouw uit een ander land

Het was januari 2012 toen ik voor het eerst een mailtje kreeg van die mevrouw uit dat andere land. Nog een geluk dat ik meerdere talen lees want het was niet in het Nederlands. Het was trouwens helemaal niet aan mij gericht maar aan ene Durk.
Het maakte me nieuwsgierig naar wie de mevrouw was.
Sindsdien hielden we contact want er was iets speciaals tussen ons, tenminste, dat vond ik, ondanks het culturele verschil, en een taalbarrière. Al begreep ik het meeste wel wat ze schreef.
Heel voorzichtig tasten we elkaar af, waar kunnen we het over hebben. Zij kwam met de meeste vragen. Wat zijn geen goede onderwerpen, waar liggen onze verschillen.
Maar het meest benieuwd was ik wel naar hoe ze in het echt zou zijn. Wie was deze vrouw.
De afstand in kilometers was een bezwaar om haar te ontmoeten.
Hoe kon ik ooit zo ver reizen om haar te zien?
Maar toen kwam eindelijk de oplossing, want soms hoef je niets te doen, dan haalt de tijd alle beren van de weg.
Onderweg vroeg ik me af of we elkaar zouden omhelzen of nog ouderwets een hand geven en aankijken. Misschien was ze een beetje hard, of afstandelijk, al was ze dat in haar schrijven niet maar ja, door het taalverschil kun je best dingen anders interpreteren.
Het moment zou alles wel klaren hield ik me voor.

Door een vertraging kwam ik wel een half uur te laat.
Ze stond al onder de bloeiende vlinderstruik te wachten.
Precies zoals ik me haar voorgesteld had. Ik stak mijn hand uit maar zij omhelsde me, en het gevoel was precies zoals ik me vaak voelde. Een warme vrouw. Het was meteen goed.
(o, o, dit gaat nog een echt zoet verhaaltje worden!)

Het was niet eens onwennig, al had ze wel af en toe moeite met de taal.
Ik wilde wel van alles vragen en weten. Maar ik voelde me alsof ik in een wilde tuin kwam waar het vol prachtige gewenste en ongewenste bloemen staat. En dat je rustig aan gaat onderzoeken welke plant waar staat en wat zijn functie is. Al ben ik vooral het type van het ruige werk: eerst weghalen wat in de weg staat. En dan onderzoeken, niet vooropgezet maar met de tijd, die alles op zijn tijd laat komen.
Ik mag toch wel zeggen dat ik er een vriendin bij heb?
Ze is Friezin, dat schept toch een beetje een band omdat ik daar als kind 10 jaar gewoond heb.
En we noemen haar Wokke.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | 9 reacties

pasen en kerst zijn al voorbij (18+)

Mijn oog jeukt, mijn nier kookt.
Pasen is allang voorbij, de kachel brandt nog af en toe,
en het leven in de kast gaat door.

Geplaatst in Bekijks-foto's | Tags: | 11 reacties

Het geheime leven in mijn kast (18+)

Dit is niet geschikt voor kinderen en roze wolkjesdromers.

Ik heb een geheime kast, met een geheim leven. Soms doen zich daar wonderlijke voorvallen voor, en met genoegen trek ik om de paar dagen het deurtje open. Heel misschien, als het niet al te ver over de grens gaat, zal ik iets laten zien wat er gebeurt. Maar het is niet de bedoeling mijn lezers, en trouwe fans te schockeren dus af en toe moet ik een grens stellen wat wel en niet openbaar kan.
Voor eerst is hier de crew. Die kan er nog wel mee door toch?

Geplaatst in Phicen hot toys fantasie | Tags: , , | 12 reacties