Sit en Go!

Sit en go.
Dat klinkt als een commando van een cursus om je hond te leren begrijpen.
Toch is het dat helemaal niet.

Het stond allang op mijn verlanglijstje, de loopfiets SitGo.
Maar mijn man, ofwel ManB, zag het niet zitten, de rolstoel was volgens hem goed genoeg. Hoewel hij die eerder ook beslist niet wilde, tot ik het gewoon kocht en hem voor een voldongen feit stelde.
De rolstoel was wel goed, heel veel plezier gehad met Maatje Helpman, waarbij de rolstoel zo onderhand afgeragd is door de wilde off the road ritjes.

Voor ik het wist was ik te laat voor een gewone sitgo loopfiets. Deze wordt alleen nog gemaakt in elektrische uitvoering.
Maar zeg nou zelf, wat heb je dáár nu aan als je mij bent!
Je gaat er op zitten, drukt op het startknopje, voetjes op de treeplant, en sjezen maar.
Wat een vervelend ritje moet dat zijn, de enige beweging die je maakt is het knopje indrukken. Kun je net zo goed buiten op een stoel gaan zitten met een breiwerk.
Nee, dat wou ik natuurlijk niet.

Lang gezocht, en toen vond ik toch het “ouderwetse model” (het originele!) waarbij je zelf moet lopen. Alleen echt verschrikkelijk ver weg, een hele dag reizen.
Natuurlijk hoef ik daar ManB ook niet voor te vragen.
Maar ik heb meer mannen achter de hand. Als het in de auto van Maatje Helpman had gepast had hij vermoedelijk graag gereden.
Maar MaatjeMeer heeft een fietsdrager en vond het reuze leuk.
En al wist ik dat het een risico voor mijn heup is, zou ik net zoveel pijn krijgen als van die blauwe loopfiets “eend”? werkt het wel, werkt het niet…
SitGo moest ik gewoon hebben, al was het maar om mijn laatste wens in vervulling te laten gaan. Hoewel er na deze wens toch weer genoeg andere laatste wensen komen.

En, nu wil je natuurlijk (niet persé) weten hoe dat sitengo bevalt.

Werkelijk verrukkelijk! ik sjees er zo een eind op weg. Door zijn grote fietswielen heeft hij een goede en lichte rolweerstand.

Bewegen is heerlijk.
Steppen deed ik allang niet meer zo goed, een kwartiertje en dan kon ik niet meer. Voor mijn conditie is deze loopfiets een beter alternatief voor conditieverbetering en spieronderhoud. Omdat ik het minstens een uur kan volhouden in een redelijk tempo (laatst heb ik een auto opgejaagd!).

Nu kan ik eindelijk weer lopen! al zou ik natuurlijk het liefst zonder dit hulpmiddel lopen, gewoon helemaal lekker op eigen kracht. Zwaaiend met mijn armen.
Maar nu vraag ik veel te veel. Het is toch al mooier dan de rolstoel.
Zeker samen met Maatje Helpman, met wie ik er al een paar keer op uit geweest ben, hij op mijn oude loopfiets zodat we hetzelfde tempo hebben.
Mijn eerste paar schoenen is al versleten!

Alleen met iemand op stap gaan die gewoon loopt is wat zwaar, dan moet ik langzaamaan gaan en dat zorgt er voor dat hij niet vanzelf doorrolt zoals wanneer je vaart hebt gemaakt, moet dus steeds opnieuw aanzetten, wat zwaarder is dan lekker doorrollen/lopen.
En de rolstoel? Die heb ik meteen weggegeven.

Niet alles in het leven kan perfect zijn, maar ik zit er heus wel dichtbij! Nu nog hopen dat mijn elleboog herstelt, want dan kan ik weer wat meer typen, misschien weer naaien, breien, of een deksel openkrijgen.
Nee, ik klaag niet, ik ben bijna gelukkig.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 6 reacties

wat een ellendige nieuwe editor

wat een gedrocht.

Wie was er nou weer niet tevreden met de oudste editor.

Ik snap niets van deze nieuwe. Hoe moet ik nou een foto invoegen. Zie nergens die optie.

Waarom kunnen we niet gewoon tevreden zijn met wat we hebben? Als je een partner hebt wissel je toch niet om de haverklap omdat ze ouderwets is?

Moet ik nu stoppen met bloggen?

Geplaatst in Uncategorized | 6 reacties

Mijn hart maakte een slag teveel

Met windkracht 5 fietsen in Friesland.
En dan kom je dit tegen op het IJsselmeer.

Mooi om te zien hoe close jonge mensen met elkaar zijn op tafel (in deze coronatijd)

Ik ben te laat geboren! Of beter gezegd mijn lichaam is te oud om hier nog aan te beginnen.

In gedachten kan ik trouwens wel heel veel, en de adrenaline stroomde heftig door mijn lijf.
Ik sprong gewoonweg een eind omhoog.
Mijn hart maakte echt een slag teveel, of meerdere.

Zo werd het een actieve middag van 21 km fietsen in de wind en uren bij het water.

Geplaatst in Uit in Eigen Land | Tags: | 8 reacties

De beste tijd

Echt een (heel korte) vakantie zoals ik het nog nooit eerder heb meegemaakt.
We zouden hooguit 2 nachten blijven dus het maakte niet uit dat het een ontzettend grote camping was.
De Kuilart in Koudum.
We? Ja, dat zijn ManB en ik dus.

Plaatsen met privé sanitair leek me ideaal, niet meer een eind fietsen voor de wc en douche.
Nou kijk; Zo ziet zo’n veld er dan uit. Er was precies nog 1 plek vrij, links vooraan op de foto. Naast de camper met een gaashek.
De groene deur, links op de foto te zien, leidt naar het privé sanitair voor deze kant, de camper ernaast heeft eenzelfde deurtje in hetzelfde hokje, wellicht met een wandje er tussen om het privé te houden.

Zelfs voor 1 nacht gruwelen ManB en ik daar van, en uit allerhoogste nood zouden we er even staan, als het echt helemaal niet anders kon.

Maar gelukkig kon het wel anders.

3 lege veldjes voor ons alleen, slechts 250 meter van het sanitair gebouw.
Maar… er was toch niemand en zo kon ik me op ouderwetse wijze wassen; met een emmer water en een bakje om me te overgieten.
k wou dat daar meer gelegenheid voor was, veel fijner dan in een stenen hokje met een douchekop die een meter te hoog zit en je het water niet kunt regelen.
Oh sorry, die foto dat ik mezelf overgiet leent zich niet voor openbare plaatsing.
ManB en ik fietsten iedere dag ondanks windkracht 5.
Mijn luchtwegen zijn helemaal schoongeblazen.
Er waren heel weinig andere fietsers.
Een heerlijke rust, geen prikkels op de camping en onderweg.
Zo’n plek maakt me gelukkig. Liefst helemaal alleen. Hoe kunnen mensen toch altijd anderen om zich heen verdragen.

Ik wilde graag nog eens naar de Fluessen gaan (op de afbeelding aangekruist) om iets speciaals te doen als gedenkmoment.

Ooit ging ik met Vroems mee uit varen vanuit de haven bij deze camping in Koudum, en we overnachtten toen in de Fluessen op zijn boot.

Geplaatst in Uit in Eigen Land | Tags: , , , | 6 reacties

kindergesprekje in het verborgen plekje in mijn tuin 1

kindergesprekje in het verborgen plekje in mijn tuin 1
2015

Alleen s’nachts om tien uur, bij de ronde maan.
Als het donker is kan ik verdwalen dan ben ik onzichtbaar.
Als het licht is, zie je me weer.

Snoepjes vallen uit de boom, van die zachte die op je tong kietelen.
Nee, Engels drop groeit alleen in Engeland.
Chocola komt uit Afrika omdat het daar smelt in de zon.

Zal ik het dan doen?
Ohoho, fluisterstem,
dat mag niet.
Laat jij het ook zien.

Lange stilte.

Dat is voor babies maken.
Gegiegel.

Onder de bomen wonen kabouters maar die bestaan niet echt.
Alleen als je ze ziet.
Ja, en elfjes
En een grote vieze kikker.
En, en eeneuh…

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Nat zoenen

“Je bent zo onherkenbaar”, zegt winkelmevrouw met afkeer in haar stem.
Dat komt omdat ik tot op heden de enige klant in de winkel ben met een mondkapje op. Er wordt geen afstand gehouden, mensen lopen bijna over je heen als je niet snel genoeg je producten pakt. Ook het winkelpersoneel houdt geen afstand.
Bij de rij winkelwagens sopt vrijwel iedereen het karretje met de spuitbus en papier die er staat, maar afstand houden tot andere mensen is er niet bij.
Vandaar mijn paarse mondkapje, nou ja, mond… het is bijna een full face kap! Net onder de ogen tot onder de kin.
Wat ik hoop is dat het een psychologisch effect heeft op mensen, een waarschuwing:
Houd afstand!

Afstand houden lijkt in een winkel onmogelijk. Het mondkapje wekt vooral hatelijke blikken op, of op zijn minst veel onbegrip.
Of ze daadwerkelijk afstand houden weet ik niet zeker want ik waan me in mijn full face mask vooral heel veilig.
In ieder geval krijg ik geen beleefde glimlachjes en onzinnige gesprekjes meer. Behalve dan met de winkelmevrouw, die hoopt dat het mondkapje nooit verplicht wordt omdat ze anders geen contact meer met de klanten heeft.
Maar dat komt natuurlijk door onderzoeken die hebben uitgewezen dat we vooral besmet worden op ons eigen feestje en niet zozeer door vreemden.
Daarom heb ik besloten om ook hier thuis het mondkapje te dragen om ManB op afstand te houden.
Maar die ziet dat heel anders: “Verleidelijk om zo’n kapje van je mond te stropen, je lippen te strelen, en dan nat te zoenen.”

Nou weet ik echt niet meer wat ik nog moet doen.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , | 10 reacties

Laatste nacht op de boerderij (over mishandeling 18+

Dit gebeurde van 9 op 10 augustus 1975.
Geschreven in 2000.
Dit verhaal gaat over mijn mishandeling tot in detail.

Het is inmiddels 45 jaar geleden dat ik het ouderlijk huis heb verlaten na een martelnacht.


De laatste nacht op de boerderij

Ik dwaal door de weilanden. Ik weet niet waar ik ben.
De nacht is aan zijn einde, het wordt licht.
Een nieuwe dag, een nieuwe angst.
Angst om gezien te worden in mijn vuile en kapotte overall.
Bij een grote boerderij zie ik wasgoed hangen.
Dichterbij gekomen twijfel ik even, stel dat er een hond begint te blaffen…
Maar ik moet andere kleren hebben.
Zelfs als ik onder de waslijn sta blijft het stil. Geen hond.
Ik pak een t-shirt en lange broek, ik vraag me niet eens af of het me wel
past. Ter plekke kleed ik me om.
Honger en dorst tergen me.
’s Middags is de dorst nog erger, de zon schijnt fel.
Ik heb geen geld, ik heb niets. In een droog slootje val ik eenzaam in slaap.
’s Avonds loop ik in Haulerwijk door het dorp, zie een groepje mensen staan.
Ik wil wegrennen, wil niet dat ze me zien maar dan zie ik nog net de auto
van mijn vader de hoek om komen. Hoe het komt dat hij altijd alles weet begrijp ik niet, zelfs
als ik ver weg ben weet hij nog wat ik doe.
Zonder na te denken spring ik tussen de mensen alsof ze me toch niet zullen zien.
Hoe kan ik nog ontsnappen. Zal hij me inderdaad niet zien?
De groep mensen praat tegen me.
Ik ben bang dat ze juist de aandacht op me vestigen.
Ik zie hoe vader naar het café loopt. Hij zal denken dat ik daar zit.
Waarom daar? Juist in dit dorp? Hoe kan hij dat nou weten?
Er ontstaat tumult in het groepje waarin ik sta, één van de meisjes duwt me opzij. Ik vraag of ze me alsjeblieft even met rust wil laten omdat ik achtervolgd word. Maar ze duwt me uit de groep.
Ik sta midden op straat, zo voor het oog van vader.
Versteend blijf ik staan. Hij niet, hij komt woest op me af lopen, met zijn wilde ogen strak op me gericht.
Als hij vlak bij me is vlucht ik achter het groepje langs en ren weg. Langs het kanaal, daar zie ik ook zijn auto staan. Als ik er langs ren stiert Jenny uit de auto.
Twee mensen achter me aan. Van vader kan ik het wel winnen en Jenny heb ik nog nooit zien rennen.
Ik ren een bruggetje over alsof dat mijn redding zal zijn. Vader kan ook niet met de auto het smalle voetgangersbrugje over. Zigzaggend ren ik. Ik durf niet om te kijken. Hoor geen voetstappen achter me, zijn ze er wel? Ik ren een zijstraatje in. Aan het einde is een hoge muur.
Ik kan niet verder.
Doodlopend.
Ik ren langs de muur als een onrustig dier. Niet wetend wat ik moet doen.
Terug rennend ren ik in de armen van Jenny.
Ze scheurt me aan mijn haren terug.
Ik hoor mensen aan de overkant van de vaart schreeuwen. Alle mensen staan te kijken.
Ik probeer me los te rukken maar Jenny slaat me recht op m’n neus.
Bloed spuit er uit.
Vader komt hijgend aan en pakt me ook bij m’n haren en trekt mijn hoofd achterover zodat ik denk dat mijn nek breekt.
Hij sleurt me schoppend en stompend de hele weg terug naar de auto.
Daar staan de mensen ook tegen hem te schelden.
Verder doet niemand iets.
Vader lijkt bang voor de mensen. Gooit me achter in de auto en slaat me nog eens recht in het gezicht. Ik voel zo’n machteloze woede en spuug mijn bloed op zijn overhemd.
Dat geeft een beetje voldoening.

Deel2.

Mijn neus voelt dik en pijnlijk.
Jenny zit naast me en trekt me aan mijn haren net zo naar achteren als vader deed.
Ik kan niets.
Vader scheurt de straat uit.
Ik heb het gevoel dat ik me niet meer hoef te verzetten, dat niets er meer toe doet.
Ze doen met me wat ze willen.
Mijn leven is niets meer waard. Ik ben bang voor de pijn, voor de machteloze woede die ik niet meer in de hand dreig te hebben, en toch kan ik er niets mee.
Er gaat iets verschrikkelijks gebeuren voel ik.
Jenny ken ik niet op deze manier, ze lijkt gelukkig te zijn me zo te kunnen afranselen. Af en toe slaat ze me midden in mijn gezicht. En geeft een extra venijnig trekje aan mijn haren naar achteren. Als ik mijn hand in een reflex naar haar uitschiet, stopt vader en stapt uit,
opent het achter portier en slaat me zo verschrikkelijk hard dat het is of ik helemaal verdoofd raak.
Even later weet ik niets meer.
Tot ik uit de auto gesleurd word.
De keuken in, waar oudste zus met haar vriend zit.
Ik word door de hele keuken geslagen onder het oog van die vriend. En daarna naar boven. Daar weet ik niet wat ik moet doen.
Ik durf niet op bed te gaan liggen, maar wil dat wel het liefst. Alles doet me pijn, maar vooral die woede, die verschrikkelijke woede in mijn lichaam.
Ik kan uit het raam springen en weer vluchten.
Maar vluchten heeft geen zin, ik ben lam geslagen, mijn lichaam kan niet meer.
Radeloos sta ik daar maar.
Bloed sijpelt uit neus, of mond, dat weet ik niet eens.
Dan komt Jenny boven en scheldt me uit waarom ik daar zo stom sta en ze schopt me tegen mijn schenen, “ga in bed, lelijk scharminkel.”
Machteloos kruip ik met mijn kleren aan, opgekruld in mijn hoekje in het bed. Zij ernaast als bewaker.
Ik durf niet te gaan slapen.
Het is nog niet afgelopen, dat weet ik zeker. Straks als zus’ vriend weg is, dan zal het beginnen. Wat weet ik niet, maar alles in me is doodsbang.

Zodra de vriend weg is komt vader direct naar boven en trekt me aan mijn voeten uit het bed en duwt me de trap af, ik val half aan de trapleuning vasthoudend naar beneden.
Stoot mijn hoofd, voel een klap. Weet weer niets.
Ik kom weer bij in de keuken door een slag in mijn gezicht.
Ik moet gaan staan en mag niet zitten of me ergens aan vasthouden. Maar ik kan bijna niet meer staan.
Vader gaat naar de stal. Ik blijf achter met Jenny en moeder.
Ik ben bang, vader is voorspelbaar in zijn agressie, moeder en Jenny zijn dat niet. Eindelijk hebben ze de kans om zich op mij te wreken, eindelijk kunnen ze me aan.
Ik sta bij het raam.
Moeder heeft ineens door dat ik andere kleren aan heb. Ze zit op een stoel achter de tafel. Jenny staat ernaast. Ik moet zeggen hoe ik aan die kleren kom. Dan stormt Jenny op me af: “dief” en haar hand schiet weer naar me toe, ik duizel en val achterover tegen het raam dat aan duizend stukjes valt.
Ik ben totaal uitgeput.
Jenny slaat me nog een keer in het gezicht.
Ik voel mijn hoofd bijna van mijn romp vallen.
Ze is veel wreder dan vader. Ze is achterbaks.
Ik krijg je nog wel een keer, denk ik bij mezelf. Er komt een keer dat zich dit tegen jou zelf keert.
Het is mijn troost gedachte want ik weet ook wel dat dat niet gebeurt.

Deel3

Vader komt terug.
Jenny zegt met een achterbaks stemmetje: “ze heeft kleren gestolen.”
Vader kijkt me alleen maar aan. In zijn hand het dikke gevlochten touw wat moeder zo vaak mee nam naar het bos achter boerderij als ze zich weer eens ging op hangen omdat ze zo’n verschrikkelijk kind in huis had.
Mijn angst kan niet groter worden, hij gaat me ophangen.
Het liefst viel ik maar weer flauw.
Vermoordde hij me maar direct.
Alles is beter dan de angst.
“Ze heeft het raam kapot gemaakt”, zegt moeder tegen vader.
Hij komt met zijn grote woeste ogen op me af.
Ik sta te bibberen, kan me niet meer stil houden.
Iedere stap dichterbij maakt me lam.
Hij grijpt me bij m’n arm: “smerig ding, je bent niets dan last voor ons. Je hoort hier niet.”
En hij grijpt de pook achter de kachel vandaan.
Ik draai m’n gezicht naar moeder.
Ik zet mijn angst om in haat.
Iedere slag van de pook gaat via mijn ogen naar haar.
“Kijk nou toch eens, dat kind dat geeft geen kik, dat kind is bezeten van de duivel”, stookt ze.
Ik ben niet van plan om een kik te geven. Mijn lichaam is voor hun nooit iets waard geweest.
“Kijk niet zo naar me, monster”, brult ze.
Ik voel dat dit mijn machtsmiddel is. Mijn overwinning op haar, en al slaat vader door tot morgenvroeg, ik zal haar alle pijn laten voelen via mijn ogen, ik zal alle woede op haar richten, ook al kan ik niets anders dan kijken.
Ze loopt rood aan, krijgt weer die hysterische uitdrukking als ze zich in het nauw gedreven voelt door me. “Jij lelijk monster, je bent de duivel zelf!” brult ze in tranen.
Vader stopt met slaan. Hij heeft kennelijk door dat ik weiger om de slagen te voelen en dat ik het projecteer op haar.
Hij staat een poosje bij te komen.
Ik verroer me niet, alsof ik ineens macht heb, ze hebben me niet klein gekregen.
“Trek die kleren uit, die zijn niet van jou”, zegt hij hees.
Ik doe het niet.
Voel me niet meer bang.
Niets kan me nog schelen, dan doodt hij me maar, ik kleed me niet uit.
Dan schiet Jenny naar me toe en scheurt me de kleren van het lijf.
Zonder schaamte trekt ze me alles uit.
Ik wil haar het liefst doodknijpen. Die rotkop niet meer hoeven zien, met die valse ogen.
Ze voelt dat ze macht heeft met vader en moeder achter zich.
Ik schaam me voor moeder dat die me zo ziet.
Altijd heb ik mijn lichaam voor haar verborgen kunnen houden.
Ik krijg een trap in m’n rug. Woest draai ik me naar vader om.
Een trap in m’n buik, en weer één.
Tot ik op de grond val.
“Doe d’r handen op de rug”, zegt hij tegen Jenny.
Ze trekt ruw mijn handen op m’n rug.
Hij bindt het touw er omheen, en dan aan mijn enkels.
Vervolgens om mijn nek.
Met een strop, merk ik algauw.
“Dat zal je afleren om weg te lopen”, zegt hij minachtend.
Jenny trekt me op mijn zij en geeft een schop tegen m’n borst.
“Nietsnut, lastpost”, gromt ze erbij.
“Ga maar naar bed, Jenny, het is al laat”, zegt vader bijna lief tegen haar alsof ze goed werk heeft verricht.
Ze struikelt met opzet nog even over mijn enkels waardoor het touw strakker om mijn nek spant.
Moeder gaat ook naar boven.
Vader pakt een stoel en gaat schuin voor me zitten.
Hij wil weten wat ik die nacht heb uitgespookt en is er zeker van dat ik iets met een jongen gedaan heb.
Dat controleert hij op hardhandige wijze.
Maar er valt niets te controleren, dat weet hij ook wel.
Ik voel me zo machteloos kwaad, kan me niet bewegen, iedere beweging met mijn benen trekt het touw strakker om mijn nek.

Tot hier heb ik het destijds kunnen schrijven. Verder was me teveel.
Uiteindelijk mocht ik naar bed, en hij er naast.
De volgende ochtend weer gewoon vroeg op en de koeien melken met mijn beide zussen, zoals gewoonlijk. Daarna moest ik voor straf alleen de varkenshokken uitmesten. Met een verschrikkelijk zeer lijf wat bijna niet vooruit kon, deed ik het. De pijn in mijn rug was niet te harden. Ik was doodsbang en tegelijkertijd woedend, want het zou niet zomaar ophouden. Ik leefde immers nog.
Bij het ontbijt moest ik in de bijkeuken eten, staand, mocht niet gaan zitten. Al van jongs afaan had ik gewrichtspijn en rugklachten. Dat staan was een drama want ik kon m’n rug niet ontspannen. Uiteraard ging alles steeds gepaard met klappen als zus Jenny of vader langs kwam want ze kwamen steeds kijken of ik niet was gaan zitten, soms viel ik tegen het aanrecht als Jenny me sloeg.
Later in de ochtend vroeg vader of ik wilde logeren.
Ik durfde geen antwoord te geven, alles zou fout zijn, als ik ja zei was ik blijkbaar ondankbaar dat ik een thuis had, als ik nee zei was ik ondankbaar dat weg wilde. Wat ik ook zou antwoorden, het zou een afranseling opleveren.
Zelf nog voor ik antwoord af.
“Als jij dat wilt ga ik.”
We hadden geen douche en ik moest me met een emmertje water wassen waar moeder bij stond. Zij pakte mijn koffertje in, een oude lange broek van Jenny en een truitje. Dat was alles wat ik mee kreeg.

Tante schrok toen ze me zag maar probeerde gewoon te doen.
Toen vader en moeder eindelijk (goddank!) vertrokken stonden tante en ik op het erf dom te zwaaien, maar zij keken niet meer om en ik was daar blij om. Eindelijk voelde ik me wat ontspannen. Tante sloeg een arm om me heen.

Ik ben nooit meer naar huis gegaan, mijn vader is veroordeeld, de verhoren zijn ook een verhaal op zich.
Ik kwam onder de kinderbescherming en die plaatsten me in een in een tehuis, en nog een en nog een en nog een en…
En dat waren beslist goede jaren!

Nou ja, ik ben geleefd, en ik héb geleefd, al twijfel ik over dat laatste wel erg vaak, want wat heb ik dan gedaan? Was het niet veel meer overleven, of mijn tijd maar wat uitzitten? Of zoals een oom eens zei: je bent dwalende. En dat is het dichtst bij hoe ik me voel.
Want al ben je weg, je bent nooit vrij, want het zijn je wortels en je hebt niet geleerd hoe te leven, en hoe je met anderen om moet gaan. Vooral dat laatste, het sociale aspect speelt mij vaak parten.
De rode draad in mijn leven is eenzaamheid, niet dat ik dat altijd heb gemerkt, ik lees het vooral terug in verhalen, gedichten en dagboeken.

Destijds heb ik de boerderij verhalen zo geschreven alsof het een pleeggezin was. De gezinssituatie ook aangepast, deels voor de privacy van mijn familie, maar die vind ik nu niets meer waard. Eveneens was het een mooie manier om een beetje afstand te nemen van mezelf om niet ten onder te gaan tijdens het schrijven. Maar het ging ook weer niet zo bewust.

Met bril, de kleinste, ben ik, daarnaast zus “Jenny” (een fictieve naam uiteraard).

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , | 13 reacties

Een dagje aan zee

Dat bedacht ik me, toen ik hier vanmiddag in het gras onder de bomen lag, een dagje aan zee.  Je moet wel erg eenzaam zijn wil je daar naar verlangen terwijl je hier heerlijk helemaal alleen kunt liggen zonder dat er ook maar iemand langs komt, of alleen een dikke libelle en een paar groene kevertjes en rupsjes. 2020-06-3-dagje aan zee

 

Geplaatst in Uit in Eigen Land | Tags: , , , , , | 9 reacties

Moddergat

Moddergat is een plaatsje helemaal bovenin Friesland.  Niet heel ver van Lauwersoog vandaan.

2020-04-3-Moddergat-01

2020-04-3-Moddergat-02

Het land is hier keurig in blokjes opgedeeld.2020-04-3-Moddergat-03-Blokjesland

En de mensen spelen graag in de modder. 2020-04-3-Moddergat-04-Modderscheppers en scheppen tot de zee leeg is.  2020-04-3-Moddergat-05

En de weg is recht2020-04-3-Moddergat-06-de weg is recht

En soms ook krom 2020-04-3-Moddergat-07-de weg is krom

Tot je aan het einde van de wereld komt, dan hoef je nergens meer naar toe, je bent er al.2020-04-3-Moddergat-08.

 

 

Geplaatst in Uit in Eigen Land | Tags: , | 7 reacties

Huidhonger (18+)

Het woord hoorde ik eerder ook wel eens, maar nu is het helemaal HOT!
Vooral Singels laten van zich horen hoeveel Huidhonger ze wel hebben.
Oh en ik ben niet eens singel en heb er zo’n verschrikkelijke last van! Weet soms gewoon niet hoeveel struiken ik weer uit de tuin moet rooien om ze elders weer te poten.

En, red jij het wel?

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , | 6 reacties