Ik heb gelogen

Apeldoorn. 1976

“Waarom sta je hier zo alleen op de brug?”
De keurige meneer naast me kijkt me heel vriendelijke aan.
“Is er iets gebeurd?” gaat hij verder.
Waarom zou ik een vreemde vertellen wat er is gebeurd. Is er ooit iemand geweest die iets met de waarheid deed? Niemand hielp me als ik riep wat er was.
Wat moet ik zeggen?
Het gaat hem niets aan.
“Is er iets gebeurd?” dringt hij aan.
Ja, er is iets ergs gebeurd, ik ben uit het tehuis gezet omdat de laatste trein niet op me wachtte, en nu zit ik in een vreemde wereld in een ander tehuis.
Maar ik zeg niets tegen de meneer.
Ik weet niet eens wat ik daar op het bruggetje doe, ik staar wat in het water, verder niets.
Hij neemt geen genoegen met mijn zwijgen en dringt aan.
Waarom priemt hij zo! Ik wil hier alleen maar staan.

“Mijn vader,” begin ik, zonder nog te weten wat ik zal vertellen, maar wel dat het niet de waarheid zal worden, die wil niemand horen.
Mijn vader was een bruut. Als je dat zegt verzacht iedereen het: het zal toch wel meevallen? Zo erg is het toch niet?
En als je zegt: hij deed ‘dát’ met me, dan zwijgen de mensen en lopen weg. Je blijft altijd met je probleem alleen. De waarheid wordt bestraft maar toch wil deze meneer een verhaal.

“Mijn vader is dood.”
Ik begin zelfs te huilen want het is ook een beetje waar maar iets anders dan dood. Hij is weg, uit mijn leven, ik ben vertrapt, verstoten. Figuurlijk ben ik eigenlijk zelf dood. Onopgelost, dat wel.
Ik geloof in mijn eigen verhaal dat steeds langer wordt. “Mijn lieve vader mis ik zo. Mijn vader die alles voor me over had en waar ik zo van hield, die is dood.”
Oh had ik maar zo’n vader gehad, ik kan het voelen, de pijn die zo diep zit dat hij nu dood is.
Ik kan huilen, ik kan mijn pijn om alles van vroeger gewoon eruit gooien zonder de waarheid te zeggen, en de man zal alleen maar denken dat het is om mijn dooie vader huil, en niet aan de bruut die ons het leven niet gunde, zonder eerst zijn eigen behoefte te vervullen.

De man pakt me bij de schouder, “waar woon je kindje.”
“Aan de regentesselaan, meneer”, antwoord ik met huilerige stem.
Hij kan niet weten dat daar het te tehuis voor weggegooide kinderen is. Dat weet niemand, toen mijn voogdes me vanmiddag bracht moest ze er ook naar zoeken.
“Ik breng je thuis”, meteen duwt hij me zachtjes voor zich uit het bruggetje over, en het oranjepark uit.
Wat een vervelende man, ik wil op het bruggetje blijven, hij moet me niet thuis brengen, hij moet me met rust laten!
Ook hij doet niets met wat ik zeg, ze willen alleen maar weten voor hun eigen bevrediging, en daarna zoek je het maar uit.
Het is zoals die agenten die me kwamen halen voor het verhoor, ze vroegen me van alles in de auto, en ik dacht dat dat bij het verhoor hoorde en gaf netjes antwoord.
Bij het politiebureau zetten ze me voor de deur af en leverden me aan een ander over, en weer werden er duizend intieme en vieze vragen op me afgevuurd, en nog eens, van meerdere verhoorders bij elkaar. Alsof de schaamte al niet groot genoeg was.
“Heb je ooit een orgasme gehad?”
Ik wist niet eens wat het betekende. Later vertelde voogdes dat als ik het ooit zelfs ook maar een heel klein beetje lekker had gevonden mijn vader was vrijgesproken.
Stel je voor. Stel je voor dat je zelfs maar een heel klein beetje… van een verkrachting.
Waarom zou ik nog iets vertellen, waarom nog.
Mijn vader is veroordeeld en deels uit de ouderlijke macht ontzet,
en ik zit in een zoveelste tehuis.
Opgeruimd.
Wat valt er nog te zeggen.

Ik stribbel wat tegen maar hij is niet van plan me daar te laten staan.
Ongerust loop ik naast hem, hoe kom ik van hem af.
Maar er is geen ontsnappen mogelijk, tenzij ik het op een hollen zet, en dat doe ik niet.
Ik hoop op dat er vanzelf iets gebeurt waardoor hij in het niets verdwijnt.

Voor het huis aangekomen zeg ik: “hier woon ik, dag.”
Opgelucht ren ik het pad op naar binnen zonder om te kijken, weg van die man met zijn vragen, zonder hulp.

Als ik in de groepskamer kom zie ik de man toch het pad naar het huis op komen.
“Ik ben er niet”, fluister ik geschrokken tegen de begeleidster en vlieg naar mijn kamer en zet het bed tegen de deur. Niemand wil ik zien, niemand wil ik ooit nog vertellen wat er met me is.
Ga weg!
Het is net zo angstig als die keer dat ik me met mijn tante in de badkamer verstopte voor mijn vader toen hij nog niet wist dat hij was aangegeven.
Die verschrikkelijke angst voor de duivel die niet te doden is.

Een uur later komt de begeleidster me halen maar ik doe niet open.
Door de deur heen vertelt ze me dat het de dominee was en dat hij wilde weten hoe het met me gaat, en of hij iets voor me kan doen.
Rare man, en mij bracht hij alleen maar thuis, mij hielp hij niet, haar wel.
Zij had hem mijn waarheid alsnog verteld.
Mijn echte waarheid!
Mijn echte waarheid gaat niemand iets aan, alleen mijzelf.
Maar die meneer, zo vriendelijk, zo aardig, die wist nu al die vieze dingen van me die ik had moeten ondergaan.
Beschaamt open ik mijn deur.
“Waarom heb je tegen die meneer gelogen?” vraagt ze vol medeleven.
Alsof ik de waarheid had kúnnen vertellen!

Advertenties
Geplaatst in Jonge jaren | Tags: , , , , | 9 reacties

Mijn Vroems

Iedere keer als ik naar je kijk is er de kwelling.
Je kijkt terug
en houdt me vast.
Liefde en pijn strijden op de voorgrond.
Beide wil ik voelen
want dan voel ik jou.
Je bent een herinnering,
dagelijks in mijn leven,
mijn grote liefde,
gedegradeerd tot screensaver.
Vroems.

Mijn grote liefde, mijn Jos

Geplaatst in Rouw, Vroems | Tags: , | 10 reacties

Hoe kom ik ooit weer thuis?

Voor me fietst een vent van een jaar of 40 in een legergroene jas en in het achterwiel een flinke bochel. Hij zwalkt als een dronkaard.
Vroems zou er om gelachen hebben, vooral omdat je op het meedenpad flink moet trappen om over het fietsviaduct, over de ringweg, te komen.
Als ik de vent bijna heb ingehaald geeft hij een flinke snotsnuif opzij en ik zie die gore troep door de lucht zweven. Recht op mijn gezicht,
verbeeld ik me tenminste.
Walgelijke ongemanierde snotvent! foeter ik hem in gedachten toe.
Net als ik hem wil inhalen gaat ie onverwacht naar links, de bovenstreek in, en spuugt nogmaals.
Volop knijp ik in de remmen om hem en zijn slijm te ontwijken.
“Misselijke snotvent!” schreeuw ik hem nog na maar in het luchtledige wellicht.

Met m’n tong haast op mijn knieën sleep ik met alle macht mijn fiets de korreweg-fietsbrug op, achter me hoor ik iemand rochelen en spugen, en voel me daardoor zo opgejaagd dat ik ineens de fiets wel onder mijn arm omhoog krijg, maar in gedachten gooi ik hem bovenop die spuger achter me.

Verderop vliegt een wielrenner me voorbij, geen spatlappen, geen bel, alleen maar een paar wielen en een stuur. Net als hij me voorbij is spuugt hij zijn gal voor me uit en ik zit er onder.
Vieze gore smeerlap!
Niet dat ik het zeg, daar ben ik te laf voor.
Bij het spoor aan de paterswoldseweg moet ik wachten voor de trein. Een gozer spuugt tot drie keer over zijn schouder.

Iedere dag na een fietstocht moeten al mijn kleren in de was, en ik onder de douche met een harde borstel vol groenezeep en soda.
Het is tegenwoordig één en al snot en spuug wat mensen uitwerpen zonder om te kijken of er iemand achter ze fietst. En niet alleen pubers die een hogere slijmvorming hebben. Echt iedereen lijkt het te moeten doen. Nederland wordt steeds smeriger.

Bij het zeebrapad wacht ik voor een keurig gekleedde en gekapte vrouw, trots gearmd aan een flinke vent. Bij mijn voorwiel spuugt ze haar kauwgom achteloos uit en loopt trots door.
En zeg me niet dat gauwgum erger is dan spuug!
Gatverdamme!

De allerdrukste route in Groningen, van de korrewegbrug, over de paterswoldseweg. Verschrikkelijk.
Doodop van al die prikkels tijdens de fietstrit van 8 kilometer, kom ik aan in het ziekenhuis.
Daar krijg ik gele druppels in m’n ogen.
De chagrijnige assistente die me een test moet afnemen, snauwt dat ik moet zeggen wat ik zie,
maar ik zie niks,
mijn ogen zitten vol afgrijselijk uitgespuugd snot en slijm en het licht doet zeer aan mijn ogen.
Hoe kom ik ooit weer thuis?

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | 6 reacties

Rare verwerking

Soms is de fantasie niet bij te benen, en voor je het weet heb je een rare verwerking, nog net geen kronkel, tenminste; als je niet in mijn hoofd kunt kijken.
De dunste heeft mijn voorkeur zodat mijn mond niet zo ver open hoeft voor een hap.

Dit zit er in:

Mijn fantasie is net zo hard stuk geslagen als de kokosnoot

ik ga maar gauw mijn middagslaapje doen.

Geplaatst in Eten | Tags: , , | 6 reacties

’t kon minder

Het is gebeurd, de lunch is weggewerkt.
Koken is ondankbaar werk, je krijgt nooit de verdiende (en verlangde) lovende woorden voor al het werk wat je gedaan hebt.
Maar dat schoonmoeder maar 1 kritisch puntje had, en schoonvader nog een grote schep rijst met saus wilde was een beloning op zich!
Mij smaakte het erg goed, ik had voor mezelf een broccoli vulling en niet die oranje met kip zoals op de foto.

Het culinaire hoogstandje van gisteren staat nog ongebakken want bij nader inzien vond ik het er helemaal niet bij passen.
En nu ga ik het hele jaar niet meer koken, alle verjaar en feestdagen weer voorbij.
21 december geef ik misschien wel weer een lunch ter ere van mijn eigen 60e verjaring, maar eerst nog zien of ik dat haal.

PS: ’t kon minder’ is Gronings voor als het geslaagd was.

Geplaatst in Eten | Tags: , | 6 reacties

Culinair

Een drukke week voor een uurtje eten.
Nu begrijp ik wel waarom ik nooit eters wilde hebben of verjaardagen wilde vieren.
Wat een werk!
Een tafellaken bijvoorbeeld heb ik niet. Voor mijn gasten is een tafelzeil het meest praktische maar schoonouders moeten natuurlijk een stoffen kleed.
Als de wiedeweerga het gordijn van de rails getrokken. het werden wel wat verschillende lapjes aan elkaar tot een grote, maar dat vindt schoonmoeder wel mooi, ze doet dat zelf ook en is er trots op. Ik reken dus wel op haar trots!
Toen vond ik de kussens op de bank na 15 jaar toch wel erg saai. Van het andere gordijn hoezen gemaakt.
Maar toen had ik weer geen gordijnen voor de ramen, dus alle beddenlakens aan elkaar gezet en plooiband er op.

Vervolgens recepten uitzoeken voor de lunch, want dan kunnen schoonouders zelfstandig komen en gaan, die oudjes rijden niet meer in het donker.
Het wordt misschien een iets te machtige lunch…
Ik maakte een lichte bouillon van kip en heel veel groenten die ik zeefde, om alleen het vocht op te dienen. Daarbij komt een (mini) rijstrand, gevuld met kip in saus met broccoli, aangevuld met tomaat, avocado en olijven.
Maar het meest culinaire is dit geworden: Bladerdeeg gevuld met kaas.
De uitsteekvormpjes heb ik geleend van een buurvrouw.
Aparte vormen hè?

Nu morgen alleen nog genieten van dat anderen genieten van het eten, en moet het tafellaken weer een gordijn worden en de gordijnen weer beddenlakens.
En dat alles voor een culinaire maaltijd.

Geplaatst in Eten | Tags: , , | 5 reacties

Zeerijp op de kaart

Zeerijp staat ook op de kaart.
Het is een klein, piepklein dorpje met ca 440 inwoners, en een kerk.
Het ligt 20 km van de stad Groningen.
Uiteraard ben ik daar wel eens geweest met Maatje Helpman.
Toen wilde ik er nog grapjes over maken maar die zijn nu, na de aardbeving van eergisteren 3.4, niet erg gepast. Ook mijn huis (in een buitenwijk van de stad Groningen) schudde en kraakte. Daarom durf ik me toch te laten gaan.

Dit is de weg er naar toe, in de verte staat het plaatsnaambordje.

En al snel kom je de Jacobskerk tegen. Uit voorzorg hebben ze alles al dichtgemetseld denk ik.

Gelukkig is er nog wel een deur om naar binnen te gaan.

Mocht je binnen zijn en de aarde beeft heftig dan is er altijd nog de nooduitgang.

En als het helemaal niet anders kan dan ligt de ladder naar de hemel al klaar.

Maar we rekenen er toch op dat het wakende oog van dat kleine jochie ons (en vooral alle mensen die in het aardbevingsgebied wonen) zal beschermen.

Hier vind je nog wat interessante informatie over het licht van Zeerijp

Geplaatst in Uit in Eigen Land | Tags: , , , | 8 reacties