Hè hè, dat was lekker!

Toen ik een tweede minisnicker in mijn mond stak ging de bel.
Daar stonden schattige kindertjes met een suikerbiet in de hand.
Ze begonnen meteen te zingen.
Sint maarten, sint maarten, de koeien…
En ze reikten me hun plastic zakken toe.
Ik keek erin.
Allemaal snoep!
Hm… wat zal ik nemen?
Toen ik mijn hand in de zak wou doen trok het meisje haar zak terug.
En de andere zakken werden ook snel teruggetrokken maar ik kon nog net bij één een chocotoffee uit de tas grissen.
“Nou, zing nog maar door hoor, het is prachtig”, moedigde ik ze nog aan maar ze liepen weg.
“Jullie mogen best vaker komen.”
(en heb ik even geluk want dit jaar, -2018- is sintmaarten zelfs 3 dagen omdat op zondag de winkels al te vroeg sluiten!)
Ik keek ze na terwijl ik het chocotoffeetje uit de verpakking haalde.
Wat een lieve kindertjes toch.

Een moeder kwam naar me toe.
Ze was boos.
Hoe kon ik die kinderen nou zo behandelen!
Het was toch Sint Maarten en dan geef je die kinderen wat snoep.
“Nóg meer snoep?” antwoordde ik rustig op mijn chocotoffee kauwend, terwijl ik er aan dacht dat er nog 5 minisnicker waren. Ik kon me niet voorstellen dat ik die zou weggeven!
Maar het ging niet om de hoeveelheid, ging de moeder verder.
“Nou mevrouw, ‘t is hier de voedselbank niet!” zei ik boos met volle mond, smeet de deur dicht, en nestelde me op de bank met de laatste minisnickers.
Hehe, dat was lekker.

(eerder geplaatst op 11-11 van een ander jaar)

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 6 reacties

Misprijzen

Misprijzen, zo noem ik het als een arts me prijst omdat ik nooit gerookt heb.
Maar ik heb nooit ambities gehad, en was (en ben) echt geen doorzetter.
De enige trek die ik van een sigaret nam op mijn 16e, deed me zoveel pijn dat ik het nooit meer durfde.
Nee, een doorzetter was ik gewoon niet, en die dokter hoeft me dus niet prijzen.
Ik heb me schuldig genoeg gemaakt door in rookruimtes te verblijven, zoals in mijn jonge jaren in swingtenten, tot in de vroege uurtjes, soms wel iedere vrijdag.
Of in het postkantoor, of bij de bakker in de rij staan waar gerookt werd.
Zelfs op sportclubjes rookten ze in de zaal, en de cursus Frans heb ik vroegtijdig afgebroken omdat er 5 mensen rookten, en dat mocht gewoon terwijl ik stikte.
De niet-roker delfde heel veel jaren het onderspit.
Ook logeerde ik wel bij rokende vriendinnen want bij mij kwamen rokers niet op bezoek.
En wat te denken van de logeerweken bij HteD, die werkelijk non-stop rookte. Daar ging ik toch vrijwillig heen, maar dat was echt niet vanwege het roken!

De longarts maakte me wel blij met de mededeling dat ik goede longen heb. En dat is toch een wonder, misschien heb ik dat te danken aan de vele fietstochten door de bossen. Heel Groningen heb ik tot mijn 27e plat gefietst.
En nu wil ik tenminste weer 5 km kunnen steppen! Ik mag er weer opbouwend, volop tegenaan.
Nu heb ik alleen nog wat mentale steun nodig, want een doorzetter ben ik nog niet.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | 9 reacties

Niet lekker

Geheel onverwacht is ManB vanmiddag met zijn ouders op stap gegaan naar het westen.
Ineens zit ik de hele middag en avond alleen.
En daar krijg ik zo’n dwaas gevoel van in mijn hoofd.
Ik wil iets stiekems doen, iets wat niet netjes is en waar ManB niet achter mag komen. Dansen op tafel, muziek hard aan, smakken en slurpen tijdens het eten, gekke bekken trekken tegen mijn spiegelbeeld. Kliederen op de muren, een schilderij ophangen die hij lelijk vindt.

Of zal ik iets te snoepen kopen?
100 meter verderop keer ik alweer om want ik weet niet wat ik kopen moet, niets is lekker.
Zal ik een minnaar uitnodigen?
Nou, wie dan? Ik ga het hele lijstje bij langs, maar voor vandaag is niemand lekker.
Eerder ging ik wel eens het huis schoonmaken of klusjes doen, maar ja, dan ben je zelf niet lekker.

Het zal wel weer een zoveelste avond op de bank worden, helemaal alleen, met een breiwerk op schoot.
En alles blijft hetzelfde.

“Hé schat, heb je een goeie dag gehad?”

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , | 8 reacties

door de maag

Toen half Nederland uitsteekvormpjes van de groot grutter spaarde, ruilde, weggaf, of verkocht deed ik ook mee aan de hype, voor de lol.
Van zoete zandkoekjesdeeg bakte ik ManB en mezelf (je mag raden wie van ons de dikste is)
2018-11-2- door de maag-B&A

Het was zo onverzadigbaar dat we alles in een keer op moesten eten voor we iets voelden en dat gaf toch geen bevrediging.

Dus maakte ik voedzamere amandelkoekjes met kokosmeel en dadels, zo ongeveer vergelijkbaar met een snee brood van de echte klassieke bakker. Genoeg voor een hele week, dat is pas leuk werk!
2018-11-2- door de maag-amandelkoekjes

Voor ManB maakte ik liefdesbonbons, want liefde en de maag gaan samen.
2018-11-2- door de maag-chocoladehartjes

Maar uiteindelijk draait het toch altijd weer op hetzelfde uit,
2018-11-2- door de maag-dadelsvijgen

mijn beroemde dadel-vijgen-kokos lekkernij.
2018-11-2- door de maag-dadelsvijgenkokos

Geplaatst in Eten, Uncategorized | Tags: , , , , | 5 reacties

Soort bij soort

Amsterdam, 1 oktober 1990

De sfeer is al de hele tijd om te snijden maar we zeggen allebei niets.
Als hij de snelweg afdraait richting Diemen legt Otieno zijn hand op mijn been.
Wat zou hij willen?
Na een jaar mij de liefde verklaren?
Ik krijg het een beetje benauwd. Alsjeblieft dat niet!
“Ik moet je wat zeggen, Appeltje.”
Daar komt het al.
Ik kijk recht voor me uit om me te wapenen, want een liefdesverklaring wil ik niet.
Hij knijpt wat in mijn been en zucht: “Ik heb een ander.”
Wat?
Wij hadden toch niets vast, hij mag een ander hebben!
Vorige week nodigde hij me zo expliciet uit voor kerst omdat hij nu een dagje extra vrij heeft, dat betekent voor ons een dagje extra sex. Zei hij toen.
Maar nu dan?
“Die ander” was er een week geleden toch ook al?
Hij had het toch door de telefoon kunnen zeggen zodat hij me niet in deze moeilijke situatie hoefde te sleuren.
Het was zijn keuze maar ik begrijp niet waarom.
Mijn gedachten schieten alle kanten op maar ik stel geen vragen.
Hij vertelt verder: “Zij wil dat ik met kerst bij haar kom.”
“Dan ga je toch?” zeg ik rustig. Niet boos worden, niks zeggen. Eerst maar eens zien wat hij verder te vertellen heeft, en hoe hij dit zelf gaat oplossen.
Ik help hem niet.
Meelevend antwoordt hij: “Maar dan zit jij zo alleen.”
“Ja.”
“Kun je ook begrijpen dat het voor mij heel moeilijk is.”
“Ja”, zeg ik met ingehouden spot want ik begrijp al dit gedoe helemaal niet. We waren vrijblijvend bij elkaar, omdat we allebei geen geliefde hadden, en geen relatie wilden maar wel wat geneugten. Hij vond mij ook geen goede partij voor een relatie vanwege mijn handicap, daardoor zagen anderen hem niet voor een sexueel volwaardig persoon aan, meende hij.
Het was zo eenvoudig geweest als hij door de telefoon had verteld dat iemand anders hem wilde.
Ik ben beslist niet van plan hem een handreiking te doen.

Hij zwijgt verder.
Zijn hand ligt ondertussen niet meer op mijn been.
Ik ben druk met mijn eigen gedachtes en om rustig te blijven.
Het liefst wil ik dat hij omkeert en me thuis brengt maar ik besef wel dat dat gezien zijn lange werkdag, en de 200 km die hij net gereden heeft, niet meer verantwoord is.

In zijn huis heeft hij allemaal lekkernijen staan. Hij neemt me in zijn armen, “welkom, Appeltje, we maken er samen een fijne week van.”
Hij is zo lief, bijzonder lief zelfs maar het doet me niets.
Dan pakt hij een grote doos, zet hem op tafel bij de bank, “voor jou”.
Met tegenzin trek ik de doos open. Ik wil geen cadeautjes meer van hem.
Ik wil naar huis.
Er zit een video recorder in, en een stapel nieuwe video banden.
Ik weet niets te zeggen. In een andere situatie zou ik er blij mee geweest zijn, maar nu schaam ik me.
Hij koopt zich vrij.
“Maar Otieno…” begin ik te stamelen om ondertussen naar de juiste woorden te zoeken want hem bedanken kan ik niet.
Dan gaat de telefoon, en ik blijf met het pak videobanden in mijn handen zitten.
Het is Diara, zijn ‘andere’, haar naam betekent zelfs ‘Geschenk’ heeft hij me in de auto verteld. Zijn geschenk.
Ze maken ruzie door de telefoon in hun eigen taal die ik niet versta maar wel begrijp.
Met een cryptogrammenboekje trek ik me terug op de wc, ik wil het niet horen, het is hun probleem, en ik wil naar huis!
Na zeker een half uur roept Otieno me.
Hij begint een heel verhaal over de ellende met haar: “Ik moet naar haar toe anders krijg ik problemen.”
Volgens mij had hij die al.
Ik hou hem niet tegen, zeg niets.
Hij gaat.
Ik kijk naar de videorecorder naast de doos.

Na twee uur in die afschuwelijke daalwijkflat in de bijlmer voel ik me zo ellendig dat ik iemand moet spreken.
Maar ja, wie.
Als ik nou maar iemand kende die me kon halen, maar mijn hele wereld is zo ontzettend klein. Het bestaat vooral uit mijn flatje in Zwolle en een enkele buurman op een oude fiets.
Uiteindelijk bel ik Mathua op, de gehandicapte vriend van Otieno, wat kan mij het schelen.
Mathua is verrast. Zijn mooie stem maakt me blij.
De paar keer dat ik hem heb ontmoet ervoer ik een aangename prikkel en hoopte op een kans om met hem liefde te maken, want dat zou het zijn, liefde.
Mathua praat honderduit over zijn leven in Tanzania, en ik wil alles horen, alles weten wat hij vertelt.
Kon ik maar naar hem toe. Kon ik hier maar weg.
“Praat maar, praat alsjeblieft de hele nacht door”, schreeuwt m’n lichaam. Wat verlang ik naar hem.
“Mathua,” val ik hem in de reden, “kan ik bij je komen en blijven tot morgenvroeg? Ik hoef niet te slapen.”
“Kom maar”, zegt hij zo warm dat de hoorn bijna uit m’n hand valt, “ik betaal de taxi.”
Ik pak mijn tas, kijk de kamer even rond of ik niets vergeten ben want wie wat vergeet komt graag terug.
De videorecorder laat ik staan voor Otieno, heeft hij een mooi kerstcadeau voor Diara.
“Welkom, Appeltje, we maken er samen een fijne week van”, hoor ik hem nog zeggen.
En reken maar dat ik dat ga doen, met die gehandicapte vriend van je, ondanks jullie culturele regels dat je dat niet doet.
Soort bij soort.
Zacht trek ik de deur achter me dicht.

Geplaatst in Affaires of wat daar voor door kan | Tags: | 6 reacties

Calisthenics in Kardinge

Ik doe het al járen, dat calisthenicsen (oude sport als nieuwe uitvinding gebracht)

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 3 reacties

Hé gekkie

– Uit de oude doos, ca 20 jaar geleden geschreven.

Al twee weken had ik hem niet gezien.
Meneer Spastiek.
Ik begon me wat ongerust te maken.
Het was altijd zo fijn even dat praatje met hem. Zijn stralende ogen en brede lach.
Zijn kromme handen die dankbaar de post in ontvangst namen.
Mijn hand die dan quasi onschuldig de zijne raakten.
“Dank je wel, Appeltje”, zei hij dan altijd.
Ook als ik de deur voor hem openhield, of hem ruim baan gaf voor doorgang bedankte hij me
altijd.
Maar vanmorgen toen ik op bezoek ging bij mevrouw Klaagzang zag ik hem
weer.

We gaan samen de lift in, hij in zijn e-rolstoel, ik op de loopfiets.
Via de spiegel kijk ik hem aan.
Ik schrik.
Zijn haren zijn lang, ongewassen en ongekamd.
De glazen van zijn bril zijn zo grijs van het vet en stof, dat ik zeker weet dat hij de wereld niet meer wil zien.
Zijn mond ziet er triest uit.
“Naar welke etage ga je?” vraagt hij me.
“Naar vier.”
“Ha, mevrouw Klaagzang dus?”
Het lijkt of iedereen de 4e etage met mevrouw Klaagzang associeert.
“Ik moet naar twee”, vervolgt hij.
Ik weet al jaren dat hij naar de tweede etage gaat.
Het duurt even voordat we op gang zijn, maar dan zijn we weer als vanouds vertrouwd met elkaar.
Zijn stem klinkt mat. Hij is veranderd, wat zou er gebeurd zijn de afgelopen twee weken?
Kon ik nu maar met hem mee, denk ik.
En ik neem me voor mevrouw Klaagzang na een half uurtje te verlaten en meneer Spastiek te
bezoeken.

Mevrouw Klaagzang praat honderduit.
De kanariepiet is een beetje onwel geworden.
Die en die zijn dood. En die en die hebben kanker, of een beroerte. Mevrouw X is opgenomen in verpleeghuis.
Haar dochter laat maar niets van zich horen.
En de kleinzoon heeft hele slechte cijfers voor zijn rapport…
Het zijn niet meer dan gespreksonderwerpen, ze kletst maar wat voor zich uit. Ik ben nooit bij machte zinnige vragen te stellen om verdieping te geven.
Daar gaat mijn kostbare tijd.
Mijn gedachten dwalen de hele tijd af naar meneer Spastiek.
En als het verplichte uur om is zeg ik prompt dat ik moet gaan. Terwijl ik anders nooit op de klok kijk.

Meneer Spastiek slaapt in zijn rolstoel, en ik ga op de bank zitten tegenover hem. Straks wordt hij vanzelf wel wakker.
Dan is er die brede glimlach, en blijdschap in zijn stem: “hoi, gekkie”.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 4 reacties